Spiritueel Wakker

Spiritueel en paranormaal forum
 
IndexInloggenRegistreren
DIT FORUM IS GESLOTEN!! * * (gezien het feit dat er geen mogelijkheid is om het forum op slot te zetten maar alleen definitief te verwijderen, heeft het alleen nog een functie als data bank * *

Deel | 
 

 Nephilim

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Maire
Admin
avatar

Registratie : 03-11-12
Leeftijd : 60
Geboortedatum : 03-09-57
Woonplaats : Prov. Utrecht
Aantal berichten : 2279
Vrouw Maagd

BerichtOnderwerp: Nephilim   za 7 sep - 22:12

Er wordt gezegd dat er ooit een tijd op aarde was dat hier reuzen rondliepen. Ze worden de “Nephilim” genoemd of ook wel “De gevallen Engelen”.


Is er bewijs dat deze reuzen ooit daadwerkelijk op aarde hebben geleefd?

De eerste aanwijzing dat er hier inderdaad reuzen hebben rondgelopen vind je in de bijbel, zoals het volgende: 


Genesis 6:1-4 

"Toen de mensen zich op aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen. En de Here zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees, zijn dagen zullen 120 jaar zijn. De reuzen waren in de die dagen op de aarde, en ook daarna toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd mannen van naam". 

Naast in de bijbel, duiken de reuzen ook op in de verhalen van alle oude volkeren op aarde. Rond de Middellandse-zee, bij de indianen in Noord-Amerika en Canada, in Zuid-Amerika, in Tibet en in Australië. In de mythologieën van Oost en West in de sagen over Tiahuanacu en in de heldendichten van de Noormannen en Eskimo’s. De oude Chaldeeën hadden het over de reus Irdubar, in India sprak men van de Danawa en Daita en op Ceylon van Rakshasa, om zo maar een paar voorbeelden te noemen. 

Voor wie meer wil weten over hoe het nu precies zit met de Nephilim, de reuzen of de Gevallen Engelen (boeklink) raden wij de volgende zeer informatieve documentaire aan van Trey Smith. 

De naam van de documentaire is “Origin of Genetic Evil” en hij neemt je mee op reis langs de menselijke genetica, de langwerpige schedels, de Nephilim schedels, oude schedels, de reuzenschedels en dat allemaal in het licht van exacte Hebreeuwse, Babylonische, Sumerische en Egyptische verslagen alsmede het boek van Henoch. 

Nauwkeurige verslagen over de Nephilim, Anunnaki, buitenaardsen en Demonen, Gevallen Engelen en zelfs de vader aller leugens, satan. Van de diepten van de onderwereld en Lucifer tot de Bijbelse onthullingen en profetieën. 

Een reis van de hemel naar de hel en de genetische hybriden en entiteiten daar tussenin.



Terug naar boven Go down
http://www.ayumi-coaching-counseling.nl/
Maire
Admin
avatar

Registratie : 03-11-12
Leeftijd : 60
Geboortedatum : 03-09-57
Woonplaats : Prov. Utrecht
Aantal berichten : 2279
Vrouw Maagd

BerichtOnderwerp: Reuzenvolk de Nephilim   za 7 sep - 22:24

Vóór de zondvloed


In de Thora en in sommige apocriefe joodse en vroege christelijke geschriften zoals het Boek van Henoch zijn nephilim (Hebreeuws: הנּפלים - 'de gevallenen') een volk van reuzen ontstaan door de vermenging van de beney ha'elohim (Hebreeuws: בני האלהים - 'de zonen van God') met menselijke vrouwen.

"De reuzen (Nephilim) waren op de aarde in die dagen en ook daarna, toen de zonen Gods tot de 
dochters der mensen kwamen en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, 
mannen van naam
".


De 'zonen Gods' wordt verschillend uitgelegd: het kunnen gevallen engelen zijn omdat elders in de 
Bijbel over hen gezegd wordt dat ze hun oorsprong ontrouw geworden zijn, het nageslacht van 
Seth, de derde zoon van Adam en Eva of zelfs buitenaardse wezens, wat hetzelfde zou suggereren 
omtrent God.

Het woord nephilim wordt in sommige bijbelvertalingen onvertaald gelaten maar meestal 
weergegeven als reuzen, giganten of titanen.

Een van de belangrijkste redenen voor de zondvloed was dat de 'aarde vol geweldenarij en godslastering' was door toedoen van onder andere de Nephilim. 
Met de zondvloed worden ze dan ook vernietigd.


Na de zondvloed

Na de zondvloed wordt bericht dat er nadien toch nog 'Nephilim' waren. 
Volgens sommige bijbelverklaringen komt dat omdat God niet verhinderde dat de zonen van God
(die immers geestelijke wezens zijn en dus niet gehinderd werden door de zondvloed die wel hun 
aardse nakomelingen vernietigde) na de zondvloed hun 'oneerbare' praktijken opnieuw oppakten en 
weer (reusachtige) nakomelingen bij menselijke vrouwen verwekten. 

Toen de Israëlieten het beloofde land verkenden kwamen ze tot hun schrik deze 'reuzen' tegen:
"We hebben daar zelfs reuzen gezien, de Enakieten. Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden 
wij ons maar nietige sprinkhanen en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn
."


De Kanaänieten waren grotendeels afstammelingen van Nephilim en moesten daarom uitgeroeid 
worden door de Israëlieten toen ze het beloofde land binnentrokken. 
Bij monde van Mozes kregen ze daarvoor zelfs uitdrukkelijk opdracht van God: 
"Maar daarbinnen, in de steden van het land dat de HEER, uw God, u als grondgebied zal geven, mag u geen mens in leven laten. Alle Hethieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten moet u doden, zoals de HEER, uw God, u heeft opgedragen...".

Het nageslacht van deze Nephilim was bekend onder diverse namen. 
Wij lezen van Anakim (Enakieten), die van Anak afstamt; 
Refaim, die van Rafa (Refaiëten) afstamt; 
Zamzummims, Emims (Emieten), Avims enz. 
Iedereen deelde de kenmerken van reusachtig, lang en sterk te zijn.

"Koning Og van Basan was de enig overgebleven afstammeling van de Refaïeten. Zijn bed – te zien in Rabba, de hoofdstad van Ammon – is van ijzer en maar liefst negen el lang en vier breed, gemeten in de gewone el."
(Als we voor deze el ongeveer 52 cm nemen dan zou dit bed 4,68 meter lang en 2,08 meter breed 
moeten zijn geweest)

Maar de Israëlieten volbrachten de opdracht tot uitroeien niet helemaal en gedoogden sommigen van 
deze volkeren. 
In latere tijden na de intocht wordt daarom soms nog over Nephilim of reuzen verhaald. 
Sommige van deze reuzen droegen speren die tussen de vijf en vijftien kilo wogen. 
De reus Goliath uit de tijd van David, waarschijnlijk ook nog een van de Nephilim, droeg een pantser 
dat bijna honderd kilo woog en het werd gezegd dat hij ongeveer negen voet (± 2,70 meter) lang 
moest zijn geweest (ter vergelijking, de langste man in de moderne tijd was Robert Wadlow, die 2,72
meter mat. hij stierf in 1940 op 22-jarige leeftijd aan complicaties veroorzaakt door zijn lengte). 

Sommige van die reuzen hadden volgens de Bijbel zes vingers aan elke hand en zes tenen aan elke 
voet. 
Dit komt tegenwoordig ook nog voor, enkele per duizend, bij mensen met een bepaalde genetische 
afwijking (zie hiervoor op wikipedia onder:polydactylie). 
Overigens zijn deze mensen meestal van gewone lengte.


Nephilim als de klassieke halfgoden

Volgens sommigen verwijzen de halfgoden, giganten, reuzen en titanen uit de klassieke Griekse 
mythologie, Romeinse mythologie en Germaanse mythologie in werkelijkheid naar de Nephilim. Evenals de Hebreeuwse Nephilim waren deze groot van gestalte en konden bovenmenselijke 
krachttoeren uithalen. 
Zie bijvoorbeeld de geschiedenis van de griekse halfgod Herakles en ook de Thursen en Joten uit de mythologie van noordelijk Europa.



Nephilim lichaam in kist






Terug naar boven Go down
http://www.ayumi-coaching-counseling.nl/
Maire
Admin
avatar

Registratie : 03-11-12
Leeftijd : 60
Geboortedatum : 03-09-57
Woonplaats : Prov. Utrecht
Aantal berichten : 2279
Vrouw Maagd

BerichtOnderwerp: Re: Nephilim   za 7 sep - 22:56

Reuzen in Genesis 6

Inleiding.
Over de zonen Gods in Genesis 6 heb ik vreemde en vergezochte fantasieën gelezen met een opvallend hoog “Erich von Däniken gehalte”. Fantasieën die er op neerkomen dat het hier zou gaan om gevallen engelen of zelfs om buitenaardse wezens. Men gaat er daarbij van uit dat de term “zonen Gods” slaat op hun bovennatuurlijke afkomst, dus moet het volgens die redenering wel gaan om engelen of wellicht om “aliens”. Er wordt dus aan slechts enkele teksten uit de bijbel een hele theorie opgehangen die echter na het objectief lezen van de context zijn geloofwaardigheid niet overeind kan houden. Omdat ik over dit onderwerp al eens enkele vragen gesteld kreeg heb ik me destijds enige tijd in dit onderwerp verdiept. Vervolgens heb ik me er opnieuw mee beziggehouden en heb ik het allemaal nog eens een aantal maanden laten rijpen en bezinken. Ondertussen verdiepte ik me in de schemerige wereld van de Griekse en de Romeinse mythologie (erfenissen van het occulte, oude Babel) en daarin vond ik uiteindelijk de link met de ook in christelijke kringen verkondigde fantasieën die rond slechts enkele bijbelteksten hebben kunnen ontstaan, doordat de betreffende bijbelteksten met bepaalde vooroordelen werden gelezen. Daarnaast is het opvallend dat de “gevallen engelen theorie” hoofdzakelijk is gebaseerd op een Joods geschrift (het boek van Henoch) dat terecht niet in de bijbelse canon is opgenomen. Het is een geschrift dat zelfs als een Joodse voorloper kan worden beschouwd van de hedendaagse religieus getinte thrillers waarin waarheid en leugen op één hoop worden gegooid. Zoals bijvoorbeeld “De Da Vinci Code”, waaraan op deze pagina overigens ook aandacht wordt besteed.

Een bevestiging van de puur occulte oorsprong van deze mythe over de gevallen engelen die in Genesis 6 een hoofdrol zouden vervullen ontving ik via een insider uit de wereld van occultisme, satanisme en tovenarij. In deze kringen behoort deze verdraaide versie van de werkelijkheid namelijk tot hun religie. En daarmee is de oorsprong ervan definitief vastgesteld.

Wie desondanks met deze mededeling geen genoegen neemt en toch verder wil spitten in de genoemde materie doet er goed aan verder te lezen.

De zonen Gods en de dochters der mensen.

Het bewuste bijbelgedeelte vinden we in Genesis 6:1-7 en omdat die paar verzen nog wel te overzien zijn heb ik ze voor de volledigheid hier weergegeven:

Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden,
zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen.
En de Here zeide: “Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn”.
De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam.
Toen de Here zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was,
berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart.
En de Here zeide: “Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb”.
Leest men dit beknopte verslag over de verloedering van de mensheid met een onbevooroordeelde mening dan is het eerste dat eruit naar voren komt dat de zondige levenswandel van de mens zelf voor God aanleiding is om dat hele van God afgeweken zooitje goddelozen uit te roeien. Het valt ook direct op dat er niet wordt gerept over Gods strafmaatregelen tegen (gevallen) engelen maar wel over strafmaatregelen tegen de mens, als dé aanstichter van deze uit de hand gelopen wantoestand. Want de context van dit gedeelte maakt toch echt duidelijk dat het hier handelt over mensen en niet over (gevallen) engelen.

Die context wijst in de richting van de zondige mens die hier in Gods ogen de oorzaak van het ontstane drama is en deze aanwijzing wordt maar al te makkelijk door hele volksstammen over het hoofd gezien. Want in vers 2 zijn het de zonen Gods die zich misdragen en direct daarna volgt in vers 3 Gods reactie hierop: “Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij (dat is de mens) zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn”. De mens heeft zich misgaan en daarom wordt de levensduur van de mens sterk ingekort. De mens waar vers 3 op doelt als de aanleiding voor Gods ingrijpen zijn de zonen Gods in vers 2 en niet de dochters der mensen. God zegt namelijk: “...nu zij zich misgaan hebben...” en dat duidt op het actieve handelen van de zonen Gods, zij zijn namelijk het onderwerp in vers 2. Deze zonen Gods worden hier als de oorzaak aangewezen en hadden hier iets gedaan dat voor God een gruwel is doordat zij zich vrouwen namen uit de dochters van de mensen die met God allang geen rekening meer hielden en als gevolg daarvan ook zelf van God afvallig werden. Want... slechte omgang bederft goede zeden. Op dit verraad tegenover de Schepper volgt Zijn reactie. Met de mensen die voortaan niet ouder konden worden dan 120 jaar worden dus, naast de rest van de wereldbevolking, ook de zonen Gods en hun nageslacht bedoeld. Gods besluit tot ingrijpen was namelijk een reactie op de daden van deze zonen Gods. Zowel de zonen Gods als de dochters der mensen zijn de tot wetteloosheid vervallen mensen waarmee God zou gaan afrekenen.

Uit deze paar verzen in Genesis 6 blijkt trouwens niet dat de afvalligheid van de nog aanwezige rechtvaardigen uitsluitend het gevolg was van hun gemengde huwelijken met de goddelozen. Het is zeer aannemelijk dat dit ook op andere manieren realiteit werd, zoals dit ook het geval is en zal zijn als in de eindtijd de nieuwe zondvloed (die verderop nog ter sprake komt) de goddelozen zal geselen. Er wordt in Genesis 6 echter wel met nadruk op het van alle heiligheid ontdane huwelijksleven van de goddelozen gewezen, zoals ook Jezus dat deed in Zijn beschrijving van de toenemende wetteloosheid in de eindtijd. Bij het bestuderen van de diverse meningen rond het verhaal van Genesis 6 las ik o.a. het commentaar van theologen die zich vertwijfeld afvroegen of de zonen Gods in Genesis 6 dan blijkbaar uitsluitend met de goddeloze dochters der mensen huwden en niet met vrouwen uit hun “eigen kringen”. Hoewel dit niet wordt genoemd in Genesis 6 wordt het ook beslist niet uitgesloten. Naast alle andere zonden die er werden begaan was als gevolg van de in het oog springende vermenging van rechtvaardigen en goddelozen voor God de maat duidelijk vol en stond Zijn besluit tot ingrijpen vast. Waardoor het opsommen van alle andere details van de zondige levenswijze van de mens niet meer ter zake deden.

Het gedrag van de nog aanwezige rechtvaardigen in Noach's dagen is feitelijk dezelfde ik-gerichte levenswijze als die waarnaar Jezus verwees in bijvoorbeeld Matth. 24:37-39 waar Hij een vergelijking maakte met de toenemende wetteloosheid in de eindtijd: “Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in die dagen voor de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn”. Met name met het uit de hand gelopen huwen en ten huwelijk geven wordt zowel in Genesis 6 als in Matth. 24 het losgeslagen en van alle remmingen ontdane goddeloze gedrag van de mens, met als gevolg daarvan zijn ongeïnteresseerdheid voor “de dingen die boven zijn”, samengevat. Van alle zonden die de mens kan begaan zijn die welke met onreinheid te maken hebben de meest in het oog springende. In de tijd waarin we ons nu bevinden zien we daarvan dan ook dagelijks het bewijs om ons heen. Een bewijs waarvan een zienderogen toenemende beïnvloeding uitgaat. Een beïnvloeding die via de media in de vorm van de meest hemeltergende uitspattingen van onreinheid massaal over het publiek wordt uitgestort en waarvan een alles overheersende wetteloosheid het gevolg zal zijn. Precies zoals dat ook door toedoen van de afvallige mens in Genesis 6 het geval was. Over dit normloze en losbandige gedrag schreef de apostel Petrus in 1 Petrus 4:4-5: “Daarom bevreemdt het hen, dat gij u niet met hen stort in diezelfde poel van liederlijkheid, en zij belasteren u; maar zij zullen daarvan rekenschap moeten geven aan Hem, die gereed staat om levenden en doden te oordelen”. Het is in dit verband ook het vermelden waard dat nogal wat mannen Gods en predikers van naam uitgerekend door hieraan verwante zonden, zoals overspel, ten val zijn gekomen.

Ook in Lucas 17:26-30 wordt door Jezus naar de komende donkere tijden vooruit gewezen terwijl Hij hier nog een tweede vergelijking maakt, namelijk die met het lot van Lot: “En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen: zij aten, zij dronken, zij huwden, en zij werden ten huwelijk genomen tot op de dag, waarop Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en allen verdelgde. Op dezelfde wijze als het geschiedde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Maar op de dag, waarop Lot uit Sodom ging, regende vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. Op dezelfde wijze zal het gaan op de dag, waarop de Zoon des mensen geopenbaard wordt”.

Jezus legde in deze tekstgedeelten uit Lucas 17 en Matthéüs 24 de nadruk op de tegenstelling tussen enerzijds de goddeloze, aardsgerichte mentaliteit van Noach's tijdgenoten én die van de goddelozen in de eindtijd en anderzijds het heil dat vanuit het Koninkrijk Gods bij Jezus' terugkomst weer een stap dichter bij zijn voltooiing zal komen. Deze onnoemelijk grote tegenstelling tussen de aan zonde en wetteloosheid ten onder gaande wereld en het Koninkrijk van de Heilige God is dezelfde tegenstelling die ook in Genesis 6 naar voren komt. Om die reden lag de nadruk in Jezus' beschrijving op de goddeloze levenswijze van de mens en komen er geen “gevallen engelen” ter sprake.

En ook daarna...

Pas ná dit besluit van God om de levensduur van de mens drastisch in te korten komen de reuzen ter sprake, alsof de schrijver in Genesis 6:4 nog verder inzoomt op de situatie zoals die zich al had ontwikkeld. In de dagen dat de zonen Gods vervielen tot heidendom waren er al reuzen op de aarde en ze waren er ook na hun daad van afvalligheid. Met als resultaat dat zich óók onder de nakomelingen van deze tot goddeloosheid vervallen zonen Gods reuzen bevonden.

Het is me bij het bestuderen van de gangbare theorieën over dit controversiële bijbelgedeelte keer op keer opgevallen dat de volgorde in vers 4 wordt genegeerd. Er staat namelijk: “De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam”.
Hier meent men uit te kunnen opmaken dat er wordt gezinspeeld op de tijd na de zondvloed en dat de schrijver van Genesis ons hier meedeelt dat ook na de zondvloed dergelijke reuzen het levenslicht zagen. Die zijn er wel geweest, zo wordt ons in latere hoofdstukken van Genesis, in Numeri, Deuteronomium, Jozua, 1 Samuël, 2 Samuël en 1 Kronieken gemeld, maar dat zijn beslist niet de reuzen waarover de schrijver van Genesis het heeft. De in de zojuist opgesomde bijbelboeken voorkomende reuzen worden overigens verderop in deze pagina nog belicht.
De veronderstelling dat ook na de zondvloed deze reuzen nog voorkwamen is echter niet uit de opbouw van de Hebreeuwse grondtekst van Genesis 6:1-7 te halen en bovendien komt Gods besluit om in te grijpen pas ter sprake in vers 7. Het “ook daarna” in vers 4 heeft dan ook geen betrekking op de periode na Gods ingrijpen door middel van de pas in vers 7 aangekondigde uitroeiing, maar moet gelezen worden als: “ook nadat de reuzen in die dagen op de aarde waren”. Dus: nadien, in de tijd dat ook de nog resterende zonen Gods werden meegesleept in de alom heersende goddeloosheid (onder andere door hun omgang met goddeloze vrouwen) brachten zij nakomelingen voort die in goddeloosheid werden grootgebracht en vervolgens zelf in goddeloosheid leefden. Feitelijk wordt in Genesis 6:4 gezegd dat deze reuzen al op de aarde waren vóórdat ook de nog resterende zonen Gods (de rechtvaardigen) tot goddeloosheid vervielen.

De Nephilim.

Het woord “reuzen” is de vertaling van het Hebreeuwse woord “Nephilim” dat betekent: “reuzen” of ook wel: “gevallenen, zij die anderen overvallen, rovers, moordenaars, dwingelanden”. De betekenis gevallenen geeft een beweging aan én een richting waarin die beweging plaatsvindt. Er werd namelijk gevallen en dat is, zo weten wij allemaal, altijd een neerwaartse beweging. In de context van Genesis 6:1-7 heeft dit feit betrekking op rechtvaardigen die van hun Schepper waren vervreemd, in goddeloosheid waren gevallen en door hun wetteloosheid Gods reactie hierop uitlokten. Die wetteloosheid wordt overigens duidelijk tot uitdrukking gebracht in de andere, zojuist genoemde, betekenissen van het woord Nephilim. Ze waren dus gevallen vanuit hun positie als rechtvaardigen, als zonen Gods, en daardoor verworden tot de gevallenen: de Nephilim, die zelf ook weer een generatie Nephilim toevoegden aan de al aanwezige goddelozen. In dit ene woord is daarom een heel drama vervat. Het drama van rechtvaardigen die de rechtvaardige God verlieten en Hem bedroefden met hun afvalligheid en hun zonden.

De gangbare theorie die er vanuit gaat dat het hier handelt om gevallen engelen brengt echter een scheiding aan tussen de zonen Gods en de Nephilim, alsof dit twee van elkaar te onderscheiden groepen zouden zijn.
Dus:

De afvallige zonen Gods.

De Nephilim die uit hen voortkomen.
Maar.... als deze scheiding consequent doorgetrokken zou worden komt uit de betreffende bijbelteksten naar voren dat feitelijk de zonen Gods, gelet op hun gedrag en de dramatische gevolgen daarvan, de werkelijke gevallenen waren en niet hun nakomelingen. De benaming Nephilim zou daardoor beter passen bij de zonen Gods in plaats van bij hun nakomelingen. Die laatsten waren weliswaar goddeloos maar hun goddeloosheid was een gevolg van hun goddeloze opvoeding, het was ze als het ware met de paplepel ingegeven. Ze waren niet gevallen, ze waren in goddeloosheid opgevoed.

Feit is dat de zonen Gods in Genesis 6:1-7 worden beschreven als afvalligen die ontrouw zijn aan hun Schepper en door deze daad van ongehoorzaamheid de aanleiding zijn voor de totaal uit de hand gelopen situatie. De scheiding die in de gevallen engelen theorie desondanks is aangebracht tussen de zonen Gods en de Nephilim maakt het daarom zeer ongeloofwaardig en onlogisch dat de eersten ondanks hun afvalligheid worden aangeduid als zonen Gods terwijl alleen hun in goddeloosheid opgegroeide nakomelingen als de gevallenen worden bestempeld.
De (in de gevallen engelen theorie) kunstmatig aangebrachte scheiding en de totaal onlogische gevolgtrekking die daaruit voortvloeit maakt duidelijk dat er door hele volksstammen rond deze paar bijbelteksten wilde indianenverhalen werden bedacht, die bij nadere beschouwing slechts een griezelig hoog “Erich von Däniken gehalte” blijken te hebben. Men wauwelt elkaar maar een beetje na en laat zich meeslepen in deze betovering.

Het feit dat de “geweldigen uit de voortijd, de mannen van naam” in Genesis 6:4 worden beschreven als de Nephilim, de gevallenen, wijst al direct op het grote contrast met hun aanvankelijke levenswijze en dit houdt ook meteen in dat niet hun vermeende afkomst van gevallen engelen maar wel hun eigen dramatische afvalligheid tegenover Jahweh de reden is om hen te beschrijven als de Nephilim. Dit drama van de afvalligheid tegenover Jahweh is namelijk het hoofdonderwerp van Genesis 6!! De afvalligheid van rechtvaardigen die van hun Schepper waren vervreemd, in goddeloosheid waren gevallen en tot Nephilim werden.

Samenvattend kan worden gesteld dat in Genesis 6:1-7 de nadagen worden beschreven van:

De rechtvaardigen op aarde die als de gevallenen worden aangeduid omdat ze ondertussen al van Jahweh vervreemd waren en Gods toorn over zichzelf hadden afgeroepen.
De nog resterende rechtvaardigen die door hun omgang met goddeloze vrouwen hetzelfde noodlot over zichzelf afriepen.
Hiermee is uiteengezet dat er meerdere oorzaken waren waardoor de goddeloosheid de overhand kreeg op aarde. Dat hieraan desondanks door bosjes “deskundigen” een heel andere, aan de fantasie ontsproten, theorie over gevallen engelen wordt opgehangen die nogal eens met een maar, misschien, wellicht, 't zou best kunnen of een waarschijnlijk in nevelen wordt gehuld laat blijken dat dit tekstgedeelte passend wordt gemaakt in de door hen allang aanvaarde gevallen engelen theorie. Een theorie die voornamelijk berust op de twijfelachtige informatie uit bronnen die op hun beurt onder invloed van heidense mythologieën en culturen zijn ontstaan. Daaraan wordt verderop nog uitgebreid aandacht besteed. Het is daarom behoorlijk vergezocht als men op basis daarvan uit Genesis 6:1-7 de vreemdste conclusies trekt, terwijl alleen al door het nauwkeurig lezen van wat er staat in de teksten er omheen (de context) de situatie wordt verklaard.

Reuzengroei.

In de maanden dat ik informatie aan het verzamelen was voor het onderwerp op deze pagina hield ik me uiteraard bezig met de vraag naar de oorzaak van de reuzengroei waarover we in de bijbel kunnen lezen. Vooral de reuzengroei in de tijd vóór de zondvloed hield me bezig. Ooit heb ik een zeer leerzaam boek gelezen over de zondvloed en de sporen die deze wereldramp heeft achtergelaten. Dat de “officiële” wetenschap van die zondvloed niets moet hebben en in plaats daarvan de compleet achterhaalde evolutietheorie aanhangt heeft als gevolg gehad dat we geregeld door deze pseudo-wetenschappers doodgegooid worden met miljoenen en zelfs miljarden jaren van evolutie. Terwijl deze aantallen absoluut niet te bewijzen zijn worden de vele vondsten die het tegendeel van hun gammele theorieën bewijzen doodgezwegen en genegeerd. Dat deze pseudo-wetenschap zijn best doet om de Schepper van hemel en aarde weg te kunnen redeneren blijkt ook eens te meer uit de toch wel erg knullig aandoende, tegen vele bewijzen ingaande, zwamverhalen over de ontwikkelingsgeschiedenis van deze aarde. In ieder geval is uit de vele al gevonden reuzenskeletten van diverse diersoorten wel gebleken dat de afmetingen van veel dieren destijds kolossaal waren. In het al aangehaalde boek over de zondvloed werd als zeer waarschijnlijke oorzaak daarvan het zeer gunstige klimaat genoemd. Een klimaat dat vóór de bijzonder ingrijpende veranderingen door de zondvloed een gunstige invloed had op de gezondheid en leeftijd van de toenmalige dierenwereld.

De opvallende reuzengroei van de reuzen die in Genesis 6 worden genoemd hield me dus nogal eens bezig. Al peinzend hierover zat ik eens te kijken naar een speelfilm waarin voornamelijk de beruchte, met computeranimatie weer tot leven gewekte, Tyrannosaurus Rex een hoofdrol speelde. Terwijl deze geweldenaar weer eens in zijn volle glorie door het beeld heen denderde besefte ik opeens dat ik eigenlijk naar het antwoord op het hele vraagstuk zat te kijken. Want wat voor de reuzengroei in de dierenwereld gold, ging ook op voor de reuzengroei van de mens in de periode voordat het klimaat op aarde ingrijpend veranderde als gevolg van de zondvloed. Mens en dier leefden samen in dezelfde gunstige klimatologische omstandigheden terwijl de bijbel daar nog aan toevoegt dat de mens destijds nog onvoorstelbaar hoge leeftijden kon bereiken. Het verouderingsproces ging dan ook veel langzamer dan nu het geval is en het ligt voor de hand dat het groeiproces onder die omstandigheden veel langer doorzette. Rekening houdend met deze lange levensduur, die ongetwijfeld ook in de dierenwereld voorkwam, is de enorme grootte van de gevonden skeletten van deze reptielen een aanwijzing.
Een aanwijzing namelijk dat ook de gevonden menselijke beenderen met reusachtige afmetingen wijzen op een lange levensduur die, in combinatie met het bijzonder gunstige klimaat, deze reuzengroei tot gevolg had. Een klimaat overigens waarin de overvloedige plantengroei een overvloed aan voedsel voortbracht. Zelfs tot in onze tijd komt het nog voor dat de ene generatie een gemiddeld opvallend grotere lichaamslengte bereikt, en een gemiddeld langere levensduur kent, dan de vorige generatie en dat met name als gevolg van de toegenomen welvaart. Het grotere voedselaanbod is dus nog steeds van invloed op de toegenomen lichaamslengte en de hogere leeftijd en dit verschijnsel is in het bijzonder opvallend als we dit vergelijken met de vaak kleine harnassen van de ridders uit voorgaande eeuwen. Deze vechtjassen waren destijds dus maar een stel kleine opdondertjes, in een periode dat de gemiddelde levensduur ook nog eens aanmerkelijk korter was dan in de huidige welvaartstijd.
Deze reuzengroei zal zeer waarschijnlijk in de tijd voor de zondvloed niet beperkt zijn gebleven tot de goddelozen, dus ook bij de rechtvaardigen, die in hetzelfde gunstige klimaat leefden, zal deze reuzengroei geen onbekend verschijnsel zijn geweest. Maar omdat niet de reuzengroei op zichzelf maar wel de goddeloosheid in Genesis 6:1-7 wordt aangewezen als de aanleiding voor Gods ingrijpen d.m.v. de aangekondigde uitroeiing worden slechts de goddeloze reuzen genoemd. De reuzengroei op zichzelf was beslist niet iets dramatisch, de goddeloosheid daarentegen wel.

Het is ook opmerkelijk dat de eerste maatregel die God in Genesis 6:3 nam, nadat de mens er een bende van had gemaakt, als volgt luidde: “Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn”. Daarmee werd in de eerste plaats de tijd ingekort tijdens welke de mens zich aan zonde en wetteloosheid kon schuldig maken. Een tweede gevolg van de sterk ingekorte levensduur was dat het verouderingsproces werd versneld. Daardoor had ook de reuzengroei zijn langste tijd gehad. De eerstvolgende ingreep van Gods kant was de in Genesis 6:7 aangekondigde zondvloed, waarmee Hij dat hele goddeloze zooitje van de aardbodem wegvaagde.

Reuzen na de zondvloed.

We lezen in het Oude Testament dat de reuzengroei daarmee niet direct tot het verleden behoorde en dat er ook na de zondvloed nog reuzen hebben bestaan, tot aan de tijd van de koningen van Israël toe. Enkele voorbeelden daarvan vinden we in:

Num. 13:31-33: “Maar de mannen die met hem opgetrokken waren, zeiden: Wij zullen tegen dat volk niet kunnen optrekken, want het is sterker dan wij. Ook verspreidden zij onder de Israëlieten een kwaad gerucht omtrent het land dat zij verspied hadden, door te zeggen: Het land dat wij zijn doorgetrokken om het te verspieden, is een land dat zijn inwoners verslindt, en alle mensen die wij daar zagen, waren mannen van grote lengte. Ook zagen wij daar de reuzen, Enakieten, die tot de reuzen behoren, en wij waren als sprinkhanen in onze eigen ogen en ook in hun ogen”.
Deut. 2:10-11: “De Emieten hadden eertijds daarin gewoond, een groot en talrijk volk, lang als de Enakieten; ook deze werden voor Refaïeten gehouden, evenals de Enakieten, maar de Moabieten noemen hen Emieten”.
Deut. 2:20-21: “Ook dit wordt voor een land van Refaïeten gehouden; Refaïeten hadden eertijds daarin gewoond, maar de Ammonieten noemden hen Zamzummieten, een groot en talrijk volk, lang als de Enakieten, maar de Here had hen verdreven en verdelgd, zodat genen hun gebied in bezit genomen en zich in hun plaats gevestigd hadden”.
Deut. 3:11: “Alleen Og, de koning van Basan, was overgebleven als laatste der Refaïeten; zie, zijn rustbank was een rustbank van ijzer; zij staat immers in Rabba der Ammonieten. Negen el is zij lang en vier el breed naar de gewone el”. (Een korte uitleg: het schijnt dat deze rustbank omgerekend een kleine 4,5 meter lang was, wat wijst op een waarschijnlijke lengte van deze koning van zo'n vier meter.)
Jozua 13:12: “....het gehele koninkrijk van Og in Basan, die te Astarot en Edreï regeerde: deze was de laatst overgeblevene van de Refaïeten, die Mozes verslagen en verdreven had”.
1 Sam. 17:4: “Toen trad een kampvechter uit het leger der Filistijnen naar voren. Hij heette Goliath, uit Gath. Hij was zes el en een span lang”.
Wat uit de vijf eerste tekstplaatsen naar voren komt is dat het bestaan van deze reuzen wordt gemeld omdat het volk Israël met hen te maken kreeg. En omdat het volk Israël onder leiding van Mozes en vervolgens van Jozua op weg was naar het beloofde land, “overvloeiende van melk en honing” (Jozua 5:6). Uitgerekend in dat land en de omliggende streken kwam het volk Israël deze reuzen tegen. Dat doet sterk denken aan een vergelijkbare situatie zoals die vóór de zondvloed bestond toen het klimaat nog zoveel gunstiger was voor mens en dier. Hard te maken is het niet maar men zou hieruit de conclusie kunnen trekken dat de aangetroffen reuzengroei onder andere mogelijk was door “het land, overvloeiende van melk en honig” en zijn gunstige klimaat. Het zijn deze reuzen die ten onrechte worden beschouwd als de nieuwe Nephilim, en dat op grond van Genesis 6:4. Deze misvatting is in het voorgaande echter al onderuit gehaald.

Babylon verstrooid.

Er is in de bijbel geen enkele aanwijzing te vinden waaruit blijkt dat de macht van de satan, als overste van deze wereld, en van zijn gevallen engelen als gevolg van de zondvloed aan banden werd gelegd. We lezen echter wel in Genesis 11:1-9 over de geschiedenis van de torenbouw van Babel en over de Babylonische spraakverwarring waarmee Jahweh de toenmalige wereldbevolking verstrooide over de hele aarde en waardoor de uitvoering van de plannen van de satan werd vertraagd. Dat laatste vinden we in Genesis 11:8: “Zo verstrooide de Here hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad”. Doordat de bewoners van Babel over de aarde uitzwermden, verspreidde ook het occultisme van het oude Babylon, met al zijn mythen en legenden, zich sindsdien over de hele aarde. Uiteraard werden ook de nodige afgoden op sleeptouw genomen en de verering van deze afgoden nam telkens weer zijn eigen kleur, variatie en invulling aan. Waaronder bijvoorbeeld de verering van de “Madonna met kind”, in de bijbel onder meer bekend onder de namen Astarte en Tammuz. Deze aanbeden moeder-kind relatie is een vinding van de tovenares Semiramis, de vrouw van Nimrod en na diens dood de heerseres van het oude Babylon. Het is een verering die een plaats heeft gekregen in de Rooms Katholieke leer in de vorm van, jawel, Maria met het kindje Jezus. Over deze verering van Maria heb ik al het nodige geschreven in “De drie-eenheid, wat is er mis mee?”. Het gevolg van deze verspreiding was dat het verschijnsel “Madonna met kind” al werd vereerd in diverse mysteriegodsdiensten, ver voordat Maria door de Roomse leer tot een voorwerp van verering werd ingelijfd. Zodat het kon gebeuren dat Roomse missionarissen bij aankomst in China tot hun stomme verbazing moesten vaststellen dat ook de Chinezen al sinds onheugelijke tijden hun eigen Madonna met kind vereerden.

Ook het vanuit Babel meegenomen zondvloedverhaal nam onder invloed van de zich ontwikkelende culturen overal andere, lokale, vormen aan waarbij de grote lijnen wel herkenbaar bleven maar ieder volk zijn eigen versie ervan ontwikkelde. Bij het lezen van diverse van deze zondvloedverhalen blijft het verbazing wekken dat onder invloed van de ter plaatse heersende religie en cultuur de werkelijke toedracht van de zondvloed behoorlijk is verwrongen. Doordat ook de plaatselijk vereerde goden hun aandeel “opeisten” in het geheel, wat uiteindelijk als resultaat had dat men het met de waarheid niet zo nauw nam. Anders gezegd: er ontstond een vervuiling van het oorspronkelijke verhaal. Zoals al is genoemd bleven de grote lijnen van het zondvloedverhaal desondanks overeind staan en die grote lijnen zijn:

Er heeft ooit een wereldramp plaatsgevonden waarbij de wereldbevolking door een grote watervloed werd uitgeroeid.
Er komt een schip in het verhaal voor waarmee slechts weinigen de wereldramp overleven.
In veel zondvloedverhalen, dus niet in alle, is de zondigheid van de mens de aanleiding voor de zondvloed.
Opmerkelijk is dat het de zondigheid en de slechtheid van de toenmalige mensheid is die in veel van deze overgeleverde verhalen als de oorzaak van de ramp worden aangewezen en niet de aanwezigheid van reuzen of de vermenging met “gevallen engelen”. Precies zoals ook in Genesis de nadruk wordt gelegd op de goddeloosheid en wetteloosheid van de mens.

Indianenverhalen.

In tegenstelling daarmee circuleren er ook diverse mythen, legenden en meer van dergelijke indianenverhalen over engelen of goden die zich ooit met de mens vermengd zouden hebben en een onhandelbaar nageslacht op de wereld zetten. Dat nageslacht bestaat in deze mythen dan ook steevast uit reuzen. Het valt niet te ontkennen dat veel van dergelijke mythen een kern van waarheid bevatten, zoals beslist ook bij de flink aangepaste zondvloedverhalen het geval is. Die kern van waarheid is bij deze mythen dat er inderdaad reuzen hebben bestaan, zoals dit in het voorgaande al is aangetoond. Ook deze vanuit Babel meegesmokkelde verhalen en mythen, handelende over de tijd van vóór de zondvloed, kregen naast het zondvloedverhaal een plaats in de vele religies en de daarmee samenhangende culturen die deze wereld hebben overspoeld. Het was te verwachten dat ook op de verhalen over de tijd van vóór de zondvloed de vele heidense religies een eigen stempel zouden drukken. Daarmee werd er feitelijk een traditie voortgezet want de uit het oude Babel meegenomen mythen en legenden waren daar voor vertrek dus al “grondig voorbewerkt”. In dit heidense klimaat speelt de waarheid geen rol van betekenis en dát wordt in de bijbel meer dan eens onder onze aandacht gebracht. Bijvoorbeeld in:

Habakuk 2:18-19: “ Wat baat het gesneden beeld, daar zijn maker het gehouwen heeft; het gegoten beeld, dat een leugenleraar is, dat de maker op zijn maaksel vertrouwt, terwijl het stomme afgoden zijn, die hij maakt? Wee hem die tot een stuk hout zegt: Ontwaak, en tot een stomme steen: Word wakker. Zou die onderrichten? Zie, hij is gevat in goud en zilver, doch er is volstrekt geen geest in hem”.
1 Cor. 12:2: “Gij weet, dat gij, toen gij nog heidenen waart, u blindelings naar de stomme afgoden liet heendrijven”.
Efeze 4:17-18: “Dit zeg ik dan en betuig ik in de Here, dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken, verduisterd in hun verstand, vervreemd van het leven Gods om de onwetendheid, die in hen heerst, om de verharding van hun hart”.
De apostel Paulus wist, als oud-leerling van de wetgeleerde Gamaliël en door zijn grondige kennis van hetgeen de oude profeten hadden nagelaten, waar hij het over had. Daarnaast was hij tijdens zijn zendingsreizen meer dan eens in aanvaring gekomen met de duisternis van het heidendom. Terecht schreef hij daarom in Efeze 4:17-18 over de onwetendheid die in de afgodendienaars heerst. De hardnekkigheid waarmee de in dit goddeloze en verduisterde klimaat ontstane en overgeleverde indianenverhalen zich tot op de huidige dag handhaven is dan ook opvallend maar niet verbazingwekkend. Van de auteur ervan was namelijk niets anders te verwachten. Dat wordt ons overtuigend meegedeeld in Openbaring 12:12 waar de wraakzucht van de overste van deze wereld in herinnering wordt gebracht: “Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft”. Na de zondvloed kwam de satan in dezelfde grote grimmigheid, na het droogvallen van het aardoppervlak, de schade op de aarde opnemen waarna hij opnieuw in de aanval ging. Dat hij bij zijn inspectietochten al spoedig weer goddeloze handlangers vond, zoals dat ook voor de zondvloed gebeurde, lezen we in Genesis 10:8-10: “En Kus verwekte Nimrod; deze was de eerste machthebber op de aarde; hij was een geweldig jager voor het aangezicht des Heren; daarom zegt men: Een geweldig jager voor het aangezicht des Heren als Nimrod. En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sinear”. Het gedonder begon dus weer van voren af aan. Babel was een bolwerk van occultisme en, door toedoen van de tovenares Semiramis, de bakermat van alle heidense religies die zich sinds de Babylonische spraakverwarring als een uitbreidende bosbrand over de aarde verspreidden.

Dat de door God ontketende zondvloed de plannen van de satan flink in de war hadden gegooid zat er dik in en is zelfs al eens bevestigd tijdens duiveluitdrijvingen waarbij de demonen God uitvloekten en schreeuwden dat de zondvloed een bittere tegenslag voor hen was geweest. Ze hadden er zogezegd nog steeds flink de smoor in.

Waar zijn de reuzen in onze tijd?

Door er vanuit te gaan dat ook de reuzen na de zondvloed ontstonden door toedoen van gevallen engelen houdt men bovendien de mogelijkheid open dat ook tot in onze tijd dergelijke reuzen zich nog, in niet geringe aantallen, onder ons kunnen bevinden. Dat houdt in dat (er van uitgaande dat er in Genesis 6:1-4 werkelijk gevallen engelen in het spel zouden zijn) hen geen enkele beperking werd opgelegd die zou kunnen voorkomen dat ze zich opnieuw en op dezelfde manier zouden vergrijpen als ze voorheen deden. Dit zou betekenen dat als gevolg daarvan er nu nog steeds reuzen het levenslicht zien zoals dit volgens de “gevallen engelen theorie” destijds ook zou zijn gebeurd.

Want de huidige en hopeloze toestand waarin de wereld zich nu bevindt is er een van toenemende wetteloosheid en een zienderogen groeiende invloed van het occultisme. Daarnaast worden dagelijks de bijbelse voorspellingen aangaande de toenemende goddeloosheid van de mens bevestigd en deze goddeloosheid geeft de satan meer dan ooit tevoren speelruimte en gelegenheid om zijn duistere zaakjes te regelen. Kijkend naar deze huidige situatie is het echter opvallend dat, terwijl de satan en zijn legers van boze geesten (en dat zijn gevallen engelen) uitgerekend nu meer dan ooit vrijspel hebben gekregen, er ondanks dit alles op deze wereld geen reuzen rondlopen van het formaat waarvan in de bijbel sprake is. Over deze toenemende duisternis schreef de apostel Paulus in 2 Thess. 2:3: “Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is”.

Die mens der wetteloosheid zien we nu steeds vaker in actie, waardoor de satan en zijn handlangers meer en meer medewerking van de mens ontvangen. Het ligt er dik bovenop dat, als gevallen engelen daar inderdaad toe in staat zouden zijn, er ook nu weer reuzen zouden bestaan met eenzelfde oorsprong en met vergelijkbare afmetingen als de reuzen waarvan in Genesis 6:1-4 sprake is. We moeten echter vaststellen dat ze schitteren door afwezigheid en dit feit alleen al maakt al de wilde fantasieën over de omgang van gevallen engelen met vrouwen tot een ongeloofwaardige hersenschim. Een hersenschim die desondanks door massa's fantasten wordt nagejaagd.



Bron: wat-is-waarheid
Terug naar boven Go down
http://www.ayumi-coaching-counseling.nl/
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Nephilim   

Terug naar boven Go down
 
Nephilim
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Spiritueel Wakker :: Universum :: Buitenaards-
Ga naar: