Spiritueel Wakker

Spiritueel en paranormaal forum
 
IndexInloggenRegistreren
DIT FORUM IS GESLOTEN!! * * (gezien het feit dat er geen mogelijkheid is om het forum op slot te zetten maar alleen definitief te verwijderen, heeft het alleen nog een functie als data bank * *

Deel | 
 

 Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet

Go down 
AuteurBericht
Maire
Admin
avatar

Registratie : 03-11-12
Leeftijd : 60
Geboortedatum : 03-09-57
Woonplaats : Prov. Utrecht
Aantal berichten : 2279
Vrouw Maagd

BerichtOnderwerp: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   do 23 mei - 0:26


Vluchtoord Nunspeet

In de Eerste Wereldoorlog is in Nunspeet een opvangkamp geweest voor Belgische vluchtelingen: voornamelijk burgers uit Antwerpen. Later is op deze locatie, nabij de Eperweg, een woonwijk gekomen die in de volksmond "Belgenkamp" wordt genoemd. De straatnamen herinneren nog aan het vluchtoord omdat zij zijn vernoemd naar het Belgische koningshuis, o.a. Astridlaan, Leopoldlaan, Albertlaan.

Historie



gietijzeren kindergraven van Belgische vluchtelingen



Het Belgenmonument op de Begraafplaats Eperweg 22 te Nunspeet

Het Belgenmonument op de Begraafplaats Eperweg 22 te Nunspeet.
De bouw van het kamp is gestart in november 1914. Het kamp was verdeeld in 4 "dorpen" op 15 hectare met 70 barakken, waaronder slaapbarakken, eetzalen, scholen, een kerk, een theater, een polikliniek en crèches. Het kamp zou oorspronkelijk onderdak moeten bieden aan 13.000 bewoners, maar het maximale aantal bewoners bedroeg 6.529 (februari 1915). Omdat de bewoners overwegend uit de lagere sociale klassen kwamen was het kamp omheind en hield een oud-officier met strenge hand leiding over het kamp. De gezondheidssituatie was zeer slecht, wat o.a. bleek uit een hoge kindersterfte: in 1915 stierven er 264 kinderen in het kamp. Een deel van het kamp werd gebruikt voor ongewenste elementen. Zo was er een barak 'Congo' die werd gebruikt voor gestraften, en een barak 'Jan Steen' voor publieke vrouwen. Toen in 1917 het vluchtelingenkamp in Ede werd gesloten, werden de bewoners hiervan naar Nunspeet overgebracht. In 1919 is het kamp in Nunspeet afgebroken.
Rondom Nunspeet is op een aantal boerderijen Belgisch muntgeld aangetroffen, dat vermoedelijk gebruikt werd om zuivelproducten en andere levensmiddelen te kopen.


Eerste Wereldoorlog: 1914-1918

Begin WO I (De Grote Oorlog)

In de 19e eeuw is er in de meeste grote Europese landen sprake van een sterk opkomend nationalisme. Dat betekende dat deze landen steeds minder met elkaar wilden samenwerken, maar ieder voor zich de sterkste wilde zijn. In het begin van de vorige eeuw liepen de spanningen tussen vooral Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije, Groot-Brittannië en Rusland snel op. Kleine landen, als Nederland en België, wilden neutraal blijven. Dit wil zeggen dat zij geen partij wilden kiezen.

In 1914 bereikte de spanning een kookpunt: Op 28 juni werd de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Franz-Ferdinand in Sarajevo door een Servische nationalist doodgeschoten. Oostenrijk-Hongarije verklaarde hierop de oorlog aan Servië. In reactie hierop mobiliseerden de Europese landen hun legers. Al snel volgde de eerste oorlogsverklaringen. Oostenrijks bondgenoot Duitsland verklaarde de oorlog aan Rusland en Frankrijk.

Om geen oorlog op twee fronten te krijgen wilde Duitsland Frankrijk snel uitschakelen. Hiervoor hadden de Duitsers het Plan Von Schlieffen. Dit hield in dat het Duitse leger snel door België zou trekken om zo achter de Franse verdedigingslinies langs Parijs aan te vallen. Op 4 augustus 1914 viel het Duitse leger het neutrale België binnen. Groot-Brittannië had de neutraliteit van België gegarandeerd en verklaarde de oorlog aan Duitsland. Vele oorlogsverklaringen volgden nog en de moord in Sarajevo mondde zo uit in de Eerste Wereldoorlog.

Nederland bleef in deze oorlog neutraal. Dat betekende dat geen van de strijdende partijen ons land aanviel en dat ons leger niet meevocht. Nederland kreeg echter wel een heel andere manier met de gevolgen van deze "Grote Oorlog" te maken.





Belgische vluchtelingen

Het Duitse leger stuitte bij haar doortocht door België al direct bij Luik op fel verzet van Belgische zijde. De hevige gevechten, maar vooral verwoestingen en moordpartijen door het Duitse leger deden duizenden Belgen op de vlucht slaan. Naar mate het Duitse leger verder richting Frankrijk oprukte zwol hun aantal tot ongekende proporties. In oktober, na de val van Antwerpen, hadden bijna twee miljoen Belgen een veilig heenkomen gezocht in het buitenland. Hiervan vond een miljoen voor korte of langere tijd een veilig onderdak in Nederland. Met name na de val van Antwerpen werd ons land overspoeld met vluchtelingen, zowel burgers als militairen.

De eerste duizenden vluchtelingen uit de regio rond Luik werden in de grensstreek van Limburg opgevangen door inderhaast opgerichte particuliere comités. Zij werden eerst opgevangen bij mensen thuis, later in kerken, fabrieken en scholen. Spoedig nam de vluchtelingenstroom uit België toe tot vele tienduizenden per dag en schoot de opvang door particulieren tekort. De overheid moest bijspringen. Vluchtelingen werden nu ook ondergebracht in leegstaande kazernes en in haastig opgezette tentenkampen, niet alleen in het grensgebied maar vooral ook dieper ons land in. Veel Belgische vluchtelingen kwamen op de Veluwe terecht. Burgervluchtelingen werden hier in eerste instantie opgevangen in het legerkamp te Oldebroek bij 't Harde. Zij werden spoedig overgeplaatst naar een speciaal voor hen op de heide gebouwd kamp, vluchtoord Nunspeet. Dit was een compleet houten dorp met slaapbarakken, eetzalen, scholen, kerk, theater, polikliniek en crèches voor 7.000 vluchtelingen, maar wel achter prikkeldraad. Ook bij Ede en bij Uden verrezen dergelijke houten dorpen waarin Belgische vluchtelingen onder beperkte bewegingsvrijheid werden ondergebracht. Het betrof hier overigens vooral vluchtelingen die niet in staat waren zichzelf te onderhouden en van onderdak te voorzien. Veel vluchtelingen vonden onderdak in pensions of bij gewone particulieren.

Belgische militaire vluchtelingen

Een aparte groep vluchtelingen werd gevormd door de circa 40.000 naar Nederland uitgeweken Belgische militairen. Omdat Nederland graag neutraal wilde blijven moesten deze mannen ontwapend en krijgsgevangen genomen worden. Zij werden in speciale kampen, interneringsdepots, opgesloten. Eerst in Harderwijk en Amersfoort (kamp Zeist), later, vanaf januari 1915, ook in Oldebroek.

De eerste Belgische militairen werden in Harderwijk in de aanwezige kazernes en de Grote kerk ondergebracht, de overige duizenden in een groot, met prikkeldraad omheind tentenkamp even buiten de stad. Naarmate duidelijk werd dat de oorlog wat langer zou gaan duren dan de Duitse legerleiding voor ogen had gehad, het Duitse offensief was in Noord-Frankrijk in een loopgravenoorlog vastgelopen, drong zich de noodzaak van permanenter onderdak op. Begin 1915 maakten de tenten plaats voor een houten barakkenkamp dat uitgroeide tot een complete stad met ruim 13.000 uitsluitend militaire inwoners. Het interneringsdepot Harderwijk kende een sportpark met wielerbaan, scholen, een bioscoop, kerken, restaurants, kantines en zelfs een frietkraam.

In het kader van gezinshereniging werden in Harderwijk de vrouwen en gezinnen van daar geïnterneerde Belgische militairen in twee aparte kampen, Heidekamp en Leopolddorp. Voor de kinderen, maar ook voor de veelal analfabete volwassenen, werden hier scholen gebouwd. Ook bij legerplaats of interneringsdepot Oldebroek verrees een gezinskamp, Moensdorp. De kinderloze vrouwen waren ondergebracht in een barak op de legerplaats waar ook de school stond.

Behoudens de Belgische militairen, die immers krijgsgevangen waren, konden veel vluchtelingen na verloop van korte of langere tijd naar hun vaderland terugkeren. Hierdoor kon bijvoorbeeld in 1917 vluchtoord Ede opgeheven worden, de resterende bevolking kon worden ondergebracht in vluchtoord Nunspeet. Hoewel de militairen niet naar hun land mochten terugkeren kregen na verloop van tijd wel velen de kans om buiten de interneringsdepots te gaan werken en zelf te gaan wonen. Dit leidde ertoe dat gedurende de oorlog zowel Interneringsdepot Oldebroek en uiteindelijk ook Zeist werden opgeheven en samengevoegd met Harderwijk.

Einde WO I in Noordwest-Veluwe

Op 11 november 1918 kwam er met de wapenstilstand een einde aan de gevechtshandelingen van de Eerste of Grote Wereldoorlog. In december 1918 werden de Belgische militairen uit Harderwijk naar hun land gerepatrieerd. Het duurde tot medio 1919 voordat vluchtoord Nunspeet kon sluiten. Van de kampen resteert op locatie niets meer, wel zijn archieven, door Belgen gemaakte voorwerpen en vooral veel prentbriefkaarten met foto's bewaard gebleven.

De naar Nederland gevluchte Belgen onderhielden contact met het thuisfront via brieven en vooral prentbriefkaarten of ansichten. Hiervoor gebruikten ze kaarten met foto's van het leven in de interneringsdepots en vluchtoorden. Vooral militairen lieten zich graag groepsgewijs, bijvoorbeeld voor hun slaapbarak, fotograferen om naar huis te sturen. De foto's geven op een vaak indringende manier inzage in het kampleven met de oneindige verveling en de oplossingen die men bedenkt om deze te bestrijden. Foto's van mensen die gedwongen waren vier jaar achter prikkeldraad te leven, van hun dagelijkse bezigheden, hun feesten en processies, van hun sport en vermaak.

Na de Duitse inval in België in 1914 sloegen ongeveer twee miljoen Belgen op de vlucht. Hiervan zochten bijna een miljoen mensen een veilig heenkomen in het neutrale Nederland. Onder hen waren duizenden Belgische militairen die met de val van Antwerpen in oktober 1914 de Nederlandse grens waren overgestoken. De meeste burgervluchtelingen konden na verloop van tijd weer terug naar huis, maar de militairen moesten volgens internationale regels ontwapend en geïnterneerd worden. Ze bleven tot het einde van Eerste Wereldoorlog in Nederland.



Bron: Wikipedia - Streekarchivaat Nunspeet - http://www.streekarchivariaat.nl/nl/vluchtoorden




Laatst aangepast door Maire op do 23 mei - 0:32; in totaal 1 keer bewerkt
Terug naar boven Go down
http://www.ayumi-coaching-counseling.nl/
Maire
Admin
avatar

Registratie : 03-11-12
Leeftijd : 60
Geboortedatum : 03-09-57
Woonplaats : Prov. Utrecht
Aantal berichten : 2279
Vrouw Maagd

BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   do 23 mei - 0:32


Burgervluchtelingen in Nederland

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog viel Duitsland op 4 augustus 1914 België binnen. Vanaf dat moment sloegen tienduizenden Belgen op de vlucht naar Nederland. Om hun nood te lenigen werd reeds in de eerste oorlogsdagen opgericht het Nederlands Comité tot steun aan Belgische en andere slachtoffers (later kortweg Amsterdams Comité genoemd); een particulier initiatief dat later vanwege de omvang van de hulpverlening door de overheid werd gecoördineerd door de Centrale Commissie.

Steeds meer Belgische vluchtelingen trokken in de loop der tijd, vluchtend voor de oprukkende Duitsers en beangstigd door berichten over wreedheden begaan door de Duitse troepen, de Nederlandse grens over.

Het grootste aantal vluchtelingen werd bereikt na de beschieting en de val van Antwerpen op 10 oktober toen hun aantal in Nederland werd geschat op 1.000.000 personen onder wie zich ook meer dan 40.000 militairen bevonden.

De burgervluchtelingen werden met inzet van alle beschikbare middelen over het gehele land verspreid en overgedragen aan de zorg van de Provinciale Vluchtelingencomités. De militairen werden, voor zover dat mogelijk was in deze chaotische omstandigheden, ontwapend en geïnterneerd; vele militairen (men schat hun aantal op 7.000) zagen kans in burgerkleren te ontsnappen naar Engeland.

Reeds op 12 oktober begonnen de onderhandelingen tussen de Belgische overheid en de Duitse bezetters over de terugkeer van de burgerbevolking. De Nederlandse regering bemoeide zich niet met deze onderhandelingen maar oefende wel ‘zachte drang’ uit om zoveel mogelijk Belgen naar huis te laten terugkeren. In november 1914 waren nog 323.600 vluchtelingen geregistreerd; in december 1914 was dit aantal nog 200.000 en in mei 1915 werd het aantal van 105.000 bereikt; dit aantal is gedurende de gehele oorlog ongeveer constant gebleven.



Groep Belgische vluchtelingen bij de voorbereiding van de maaltijd te Middelburg




Vluchtelingen voor de Nederlandsche Bank te Middelburg


De Nederlandse regering huldigde het standpunt dat de opvang van vluchtelingen in eerste aanleg aan particulieren moest worden overgelaten. Toch was de regering beducht voor rellen en manifestaties die tegen de Duitsers zouden zijn gericht. Eventuele ‘ongewenste’ vreemdelingen konden op grond van de Vreemdelingenwet 1849 het land worden uitgezet maar de regering gaf er de voorkeur aan deze personen onder te brengen in bewaakte opvangkampen te Oldebroek en Veenhuizen. Deze ‘strafkampen’ werden in juni 1915 opgeheven. De toen nog aanwezige ‘misdadige’ bewoners werden overgebracht naar een door prikkeldraad omrasterde en bewaakte afdeling van het kamp Nunspeet.

Begin november werd gezocht naar mogelijkheden voor de huisvesting van Belgen die niet bij particulieren konden worden ondergebracht. In deze periode werd reeds begonnen met de bouw van het permanente kamp te Nunspeet. Voorlopige kampen waren ingericht te:

- Bergen op Zoom (twee tentenkampen)

- Roosendaal (suikerfabriek Java voor 1.600 personen)

- Tilburg (een tentenkamp genaamd "Kijk in de Pot" later overgeplaatst naar een
inderhaast gebouwd barakkenkamp genaamd "Plein XIII". Dit kamp werd in mei 1915
opgeheven en de bewoners werden toegewezen aan de officiële Vluchtoorden Uden,
Nunspeet, Ede en Gouda. Gedurende de gehele oorlogsperiode is er in Tilburg een
woonwagenkamp geweest voor gevluchte Belgische woonwagenbewoners.

- Hontenisse (een tenten- en barakkenkamp voor 4.000 personen)
(Kamp Hontenisse werd opgeheven in mei 1915 en overgeplaatst naar Uden)

- Baarle Nassau (in de gebouwen van het station)

- Amsterdam (in de loodsen van het IJ)

- Scheveningen (in het Circus)

- Oldebroek (een kamp gevestigd in de barakken van Artillerie Schietschool gevestigd
in de Legerplaats Oldebroek. Dit kamp werd in december 1914 opgeheven om plaats te
maken voor het interneringskamp voor Belgische militairen.
De oorspronkelijke bewoners werden overgeplaatst naar de officiële vluchtoorden
Uden, Nunspeet, Ede en Gouda)

- Veenhuizen (ongeveer 1.500 burgers).Dit kamp werd opgeheven in juni1915 en
overgeplaatst naar Nunspeet. Daarnaast waren hier nog 340 mannen ondergebracht die
uit Belgische gevangenissen vrijgelaten waren toen Antwerpen werd gebombardeerd.
Zij werden begin 1915 weer overgedragen aan de Duitse bezettingsautoriteiten.

Vanaf half november 1914 begon het onderbrengen van vluchtelingen in deze ‘kampen’. Vanwege de negatieve klank van het woord ‘kamp’ gebruikte men in officiële stukken het begrip ‘rijksvluchtoord’ of ‘vluchtoord’. In de volksmond werd echter gewoon het woord ‘kamp’ gebruikt.

Bij het onderbrengen van de vluchtelingen werd gestreefd naar het type huisvesting dat ‘paste bij de sociale status van de vluchteling’. Vermogende Belgen en de z.g. 'Pauvres Honteux' (‘stille armen’) kregen toestemming zich buiten deze vluchtoorden te vestigen. De ‘stille armen’ kregen daarbij zelfs een hogere uitkering (f 0,70 per volwassene per dag; f 0,50 per kind per dag) dan de ‘arme’ vluchtelingen (f 0,35 per volwassene per dag; f 0,20 per kind per dag).

Deze arme vluchtelingen werden ingedeeld in drie categorieën:

A. gevaarlijke of ongewenste elementen
B. de minder gewenste elementen
C. de fatsoenlijke behoeftigen

Vluchtoord Nunspeet werd opgezet voor categorie A en B (‘voor de heffe des volks’) en kon onderdak bieden aan 13.000 personen.

Vluchtoord Ede moest als modelkamp dienen en was bedoeld voor categorie C. Dit kamp kon plaats bieden aan 10.000 personen. Het werd opgeheven in het voorjaar van 1917 waarbij de nog aanwezige bewoners werden overgebracht naar kamp Nunspeet. Het z.g. Deense Dorp, een afdeling van het kamp met een aantal later gebouwde verplaatsbare woningen, bleef echter in Nunspeet in gebruik. Na de oorlog werden deze huisjes overgebracht naar België ter leniging van de woningnood ontstaan door oorlogsschade.

Vluchtoord Uden werd opgericht voor categorie B en C en was eveneens bedoeld voor 10.000 vluchtelingen.

Te Gouda werd door het plaatselijk steuncomité een vluchtoord ingericht voor 2.000 personen. Dit kamp werd door de Regering in december 1914 als officieel vluchtoord erkend.

In de praktijk kwam er van deze tweedeling in arme/niet fatsoenlijke en rijke/wel fatsoenlijke vluchtelingen niet veel terecht maar door deze maatregelen gaven vele vluchtelingen er de voorkeur aan naar België terug te keren. Dit was ook de reden dat de maximale opnamecapaciteit van de vluchtoorden nooit volledig werd benut. Volgens het verslag van de Centrale Commissie bedroeg het aantal vluchtelingen, voornamelijk bestaande uit vrouwen, kinderen en bejaarden, in

- Nunspeet maximaal 7.050 personen
- Ede maximaal 5.400 personen
- Uden maximaal 7.020 personen.

Elk van deze drie vluchtoorden bestond uit barakken met woon- en slaapvertrekken met daarnaast de voorzieningen die in elk ander dorp ook aanwezig waren: kerk, postkantoor, ziekenzaal, winkel, etc.

In maart 1915 ontving de Nederlandse regering uit Denemarken een gift van f 325.000 (het z.g. Deense fonds). Hiermede werden werkplaatsen ingericht te Gouda, Ede en Uden waar men de ‘verplaatsbare woningen’ kon fabriceren. Deze woningen werden geplaatst te:

-Ede (Deens Dorp) 153 woningen
-Uden (Villa-Dorp) 154 woningen
-Gouda (geplaatst te Scheveningen)
-Amsterdam (Alida Jacobsdorp) 27 woningen
-Zierikzee 38 woningen bestemd voor Belgisch vissers.

Eind november 1918 werden voorbereidingen getroffen ter repatriëring van de nog in Nederland aanwezige vluchtelingen. In januari en februari 1919 werden de laatste bewoners met speciale treinen op kosten van de Nederlandse overheid naar België teruggebracht.


Bron: http://www.wereldoorlog1418.nl/vluchtelingen/burgers-vlucht/
Terug naar boven Go down
http://www.ayumi-coaching-counseling.nl/
Cindy
Co-Admin
avatar

Registratie : 05-11-12
Leeftijd : 48
Geboortedatum : 06-08-69
Aantal berichten : 935
Vrouw Leeuw

BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   do 23 mei - 6:30

Bedankt voor het openen van dit topic Maire.
Zoals je weet heb ik ook voor dit kamp een grote interesse, mede doordat ik al een aantal malen een ontmoeting heb gehad met spirits die in dit kamp verbleven.

Hier even een linkje dat ik doorspit om wat meer info te vinden.
http://picasaweb.google.com/vluchtoord/InvNr9RegisterVanOverlijdenDec1914TMJuni1918
Bron: Streekarchivaat.nl
Terug naar boven Go down
Cindy
Co-Admin
avatar

Registratie : 05-11-12
Leeftijd : 48
Geboortedatum : 06-08-69
Aantal berichten : 935
Vrouw Leeuw

BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   do 23 mei - 6:39

Terug naar boven Go down
Maire
Admin
avatar

Registratie : 03-11-12
Leeftijd : 60
Geboortedatum : 03-09-57
Woonplaats : Prov. Utrecht
Aantal berichten : 2279
Vrouw Maagd

BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   do 23 mei - 7:43



Jij hebt me bekend gemaakt met de belgische kampen in Nederland, met name die
in Nunspeet, plus het feit dat je de kinderen nog weleens tegen komt in het bos.

Heel bijzonder en heel interessant, ben er direct op gaan googlen om er een topic
over te openen want er zal hier vast meer over komen.

Terug naar boven Go down
http://www.ayumi-coaching-counseling.nl/
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   do 23 mei - 23:05

Ja,ook mij heb je hierop attent gemaakt Cindy! Thanks
Ik vind het erg interessant onderwerp,vooral
omdat evenals Het Ronde Huis hier vlakbij mijn woonplaats is.
Je hebt me al paar keer verteld over je
bijzondere ervaringen met de spirits die je hebt 'ontmoet' / 'gezien'

Wat nu weer opkomt is de naam Louise/Louisa.
Zou zij wellicht hier met Belgische vluchtelingen kamp
iets te maken kunnen hebben? Was wellicht zij ook
het meisje wat ik 'zag' zitten daar bij die vijver?
Ik heb de tekst van Maire even opgeslagen zodat
ik even rustig het kan (terug)lezen als ik tijd heb.

Terug naar boven Go down
Cindy
Co-Admin
avatar

Registratie : 05-11-12
Leeftijd : 48
Geboortedatum : 06-08-69
Aantal berichten : 935
Vrouw Leeuw

BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   vr 24 mei - 0:17

Ik zou zo echt niet weten of Louise/Louisa iets met vluchtoord Nunspeet te maken heeft gehad, aan de naam te zien zou het kunnen.
Maar ik ben nog geen berichten tegengekomen over meisjes die spoorloos verdwenen uit het kamp.

Mijn onderzoekje op het internet naar de connectie Ronde Huis en vluchtoord Nunspeet staat nog aan het begin.
Terug naar boven Go down
Gast
Gast



BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   vr 24 mei - 4:34

Ik weet het echt niet wie ze (Louise/Louise0 is.
Het is een boeiende en lange geschiedenis.
Wellicht kunnen / mogen we samen verder speuren
met je onderzoek.
Terug naar boven Go down
Maire
Admin
avatar

Registratie : 03-11-12
Leeftijd : 60
Geboortedatum : 03-09-57
Woonplaats : Prov. Utrecht
Aantal berichten : 2279
Vrouw Maagd

BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   do 13 jun - 0:33

Tastbare herinneringen aan Belgische vluchtelingen

Een rondrit over de Veluwe langs de tastbare herinneringen aan Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog

Tekst en foto's Eric R.J. Wils


Midden in ons land, op de Veluwe en aan de rand daarvan in Amersfoort, bevinden zich de tastbare herinneringen aan de tienduizenden Belgische ‘oorlogsgasten’ - zowel militairen als burgers – die in de Eerste Wereldoorlog in Nederland in kampen verbleven. Hieronder wordt een autoroute langs de locaties gepresenteerd met een beschrijving van de monumenten en begraafplaatsen.


Inhoudsopgave 
De route Ede - Nunspeet - Harderwijk - Amersfoort
De hei bij Ede
Belgenmonument in Ede
Tussen Ede en Nunspeet (Begraafplaats Garderen)
Vluchtoord Nunspeet
Oude Begraafplaats in Nunspeet
Belgenkamp in Harderwijk
Begraafplaats Oostergaarde in Harderwijk
Belgenmonument in Amersfoort


 De route

1. Ede
De beschreven rondrit begint in Ede bij het Belgenmonument op de Edese heide langs de N224 weg tussen Ede en Arnhem. Vanaf de parkeerplaats bij het Natuurcentrum is het ongeveer 10 minuten lopen over een fietspad naar het monument van het voormalige Vluchtoord Ede.

2. Nunspeet
De tocht gaat vervolgens dwars door de Veluwe via de N304 en N310 naar Nunspeet. In Nunspeet langs het station door de F.A. Molijnlaan naar de Eperweg aan de oostzijde van Nunspeet. Via de Oenenburgweg naar de kruising van de Leopoldlaan en Fabiolalaan waar het voormalige Vluchtoord Nunspeet lag.
Terug naar de Eperweg richting het centrum. Langs nummer 22 ligt de Oude Begraafplaats met overledenen uit het voormalige Vluchtoord Nunspeet.
Via de F.A. Molijnlaan terug naar de N310 richting de A28 snelweg. 

3. Harderwijk
De tocht wordt vervolgd over de A28 snelweg richting Amersfoort. Bij de afslag 13 naar Harderwijk en over de N302 (ringweg om de stad) naar Harderwijk centrum. Over de Newtonweg en kort daarna naar links naar Oosteinde waar de Oostergaarde Begraafplaats ligt. De begraafplaats is open tot zonsondergang. 
Het Belgische Ereveld ligt aan de linkerachterkant komend vanaf de ingang. 
Aan de rechterachterkant, komend vanaf de ingang, ligt in vak B, op 8/251 het graf van Woutje van de Velde. Terug naar de N302 en de A28 snelweg.

4. Amersfoort
De tocht wordt vervolgd over de A28 snelweg naar Amersfoort. Bij afslag 5 (Amersfoort-Zuid) naar de N221 (de Rondweg Zuid) naar de Stichtse Rotonde. Bij de rotonde naar rechts naar de Utrechtseweg. Het Belgenmonument staat aan de Belgenlaan, een zijstraat van de Utrechtseweg.

 
De hei bij Ede
De Edese Heide was in het eerste deel van de 20ste eeuw militair terrein en dit militaire verleden van Ede als garnizoensplaats sinds 1906 leeft voort in de kazernes langs de Nieuwe Kazernelaan. Op de hei werd tijdens de Eerste Wereldoorlog flink geoefend door de hier gemobiliseerde Nederlandse militairen. 

Aan de westelijke kant van de Edese Heide, langs het Edese Bos, werden loopgraven gegraven waarvan de zigzag contouren nog altijd duidelijk zichtbaar zijn. Het omvangrijke complex loopgraven ligt langs een fietspad op ruim 5 minuten lopen ten noorden van de parkeerplaats in het Edese Bos bij de rotonde van de N224 (de oude rijksweg Arnhem-Ede) en de Nieuwe Kazernelaan. (Meer hiervoor in het artikel: 
Herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog op de heide bij Ede)  

De aangelegen Ginkelse Heide was een van de landingszones van de Britse luchtlandingstroepen tijdens de slag om Arnhem die in september 1944 als onderdeel van de operatie Market Garden werd uitgevochten. Het Airborne Memorial langs de N224 herinnert bezoekers aan de gevechten op de Ginkelse Heide voornamelijk door het 7e bataljon van The King's Own Scottish Borderers die op 17 en 18 september 1944 deze landingszone moest verdedigen tegen in Ede gelegerde Duitse troepen.
 

Kaart van de Edese en Ginkelse Heide.

Vlakbij de rotonde van de Nieuwe Kazernelaan met de N224 staat nog een herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, namelijk een goed onderhouden Sherman tank met de naam Cougar. Die behoorde tot een Canadees cavalerieregiment dat Ede op 17 april 1945 bevrijdde. 

 Belgenmonument in Ede
Eind 1914 werd begonnen met de bouw van het vluchtoord Ede en in februari 1915 kwamen de eerste vluchtelingen al aan. Het kamp was berekend op 10.000 Belgen, maar het zouden er nooit meer dan 5.400 worden. Een deel van het kamp werd derhalve niet gebruikt. In het voorjaar van 1917 werd het vluchtoord Ede opgeheven wegens bezuinigingen; het model was te duur geworden. De op dat moment nog in het kamp verblijvende circa 3.000 Belgen werden, onder protest, merendeels overgebracht naar het vluchtoord Nunspeet. Het Edese kamp werd vervolgens afgebroken. 

Pas in de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam in de pers de belangstelling op gang voor het vluchtoord Ede resulterend in een 1981 opgericht Comité Belgen Ede. Op initiatief van dit comité is 70 jaar na de vlucht van de Belgen naar Nederland, op 10 augustus 1984, een monument opgericht op de plaats waar het kamp heeft gestaan. 

Het bevindt zich midden op de hei op ruim 5 minuten lopen van de parkeerplaats langs de N224 aan het begin van de Groot Ginkelseweg naar het Natuurcentrum Veluwe. Langs een fietspad staat een informatiebord, waarvan de witte letters van de tekst na 25 jaar vrijwel zijn uitgewist, en dat dus nodig vervangen moet worden wil het monument zijn betekenis niet verliezen. De nauwelijks nog goed leesbare tekst aan de bovenkant van het informatiebord luidt: 


 'Het Belgenmonument is een zwerfkei die op restanten van de fundering van het Vluchtoord Ede staat. Een opvangkamp uit de Eerste Wereldoorlog 1914-1918. Meer dan een miljoen Belgen vluchtten indertijd voor het oorlogsgeweld naar Nederland. Bijna 6000 mannen, vrouwen en kinderen uit Vlaanderen werden tussen 1915 en 1918 hier op de Edese Heide opgevangen in houten barakken op een terrein van 30 hectare groot. Een “modelkamp” voorzien van alle faciliteiten zoals een ziekenhuis, een kerk en scholen. Met een eigen centrale voor verwarming en elektriciteit voor die tijd een ongekende luxe. Vluchtoord Ede is in 1918 gesloopt. De materialen zijn gebruikt voor heropbouw in België.'

Onder de tekst op het informatiebord wordt de plattegrond van het vluchtoord Ede weergegeven. De ingang was aan de huidige N224. Het rechthoekige kamp werd doorsneden door twee haaks op elkaar staande kampstraten – de Wilhelminalaan en Cort van der Lindenlaan genoemd - resulterend in vier blokken. De ongeveer 40 barakken stonden in drie woonblokken en hadden de namen Scheldedorp, Maasdorp en Leyedorp. 

In ieder dorp waren er slaapzalen, eetzalen en waslokalen. In het vierde blok bevonden zich de gemeenschappelijke ruimtes zoals het ziekenhuis, de kerk en de scholen. In het Natuurcentrum Veluwe is ook nog een maquette van het vluchtoord Ede te zien met aanvullende informatie. 

De zwerfkei van het Belgenmonument staat op de kruising van de twee hoofdstraten van het voormalige kamp. Veel meer is er niet te zien behalve enkele betonnen funderingsresten. Op de zwerfkei is een plaquette aangebracht met de tekst: 'Belgisch vluchtelingenkamp V.O.E. 1914-1918, Deze zwerfkei uit Ede doet ons denken aan het verleden.' 
 

De resten van het vluchtoord Ede met in het midden het Belgenmonument.

Er is wel enige denkkracht voor nodig om staande bij de zwerfkei een voorstelling te maken van een kamp van 30 hectare (500 bij 600 m) groot hier op de hei, waar op zijn hoogtepunt ruim 5.000 mannen, vrouwen en kinderen samenleefden. Niet veel minder dan in het dorp Ede zelf. 

 Tussen Ede en Nunspeet (Begraafplaats Garderen)
Behalve de gedenktekens voor de Belgische vluchtelingen zijn er nog een paar tastbare herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog op de Veluwe. 

Op de begraafplaats in Garderen staat een gedenkteken voor 29 Servische militairen die hier zijn begraven. Vermoedelijk waren het krijgsgevangenen die uit Duitsland via Nederland op weg waren naar hun land. Volgens het monument in Enschede ter herinnering aan de repatriëring zijn, in de periode tussen 20 november 1918 en 20 januari 1919, 1660 Servische krijgslieden Nederland binnengekomen. Een aantal daarvan werd tijdelijk ondergebracht in het ontruimde Nederlandse mobilisatiekamp in Nieuw-Milligen. Slechts een obelisk langs de oude weg tussen Amersfoort en Apeldoorn (de huidige N344) herinnert aan dit barakkenkamp, dat op 22 oktober 1915 in gebruik werd genomen.

De Servische militairen zijn in januari 1919 overleden aan de Spaanse griep en begraven op de begraafplaats in Garderen. Servië ging in 1928 op in Joegoslavië. De Joegoslavische regering heeft de stoffelijke resten in 1938 laten opgraven om ze in Joegoslavië te herbegraven. Dat is nooit gebeurd, het transport met de lichamen is ergens, op een nu onbekende plaats, in Tsjecho-Slowakije gestrand. 
In oktober 2009 is aan het monument in Garderen nog een nieuwe plaquette toegevoegd met de namen van 14 Servische militairen die in Enschede zijn gestorven.

 Vluchtoord Nunspeet
De Nederlandse overheid deelde de armlastige Belgen die in de vluchtelingenkampen gehuisvest werden in drie groepen in: de gevaarlijke of ongewenste elementen, de minder gewensten en de fatsoenlijke behoeftigen. Ede was opgezet voor de laatste categorie en werd derhalve het modelvluchtoord. Nunspeet daarentegen was bestemd voor de eerste categorie ook wel omschreven als 'de heffe des volks', oftewel het uitschot. Volgens de eerste kampbestuurder, dr. Hendrik Muller, bestond de kampbevolking uit: 'dronkelappen, lichtekooien, syfilislijders en luiaards.' Een niet al te positieve beschrijving derhalve. 

Vluchtoord Nunspeet werd gebouwd langs de Eperweg op de hei op ruim een kilometer ten oosten van het dorp Nunspeet. Het bestond uit vier delen ('dorpen') met zo'n 70 barakken. Woon- en slaapverblijven voor families met of zonder kinderen, waslokalen en eetzalen, en sociale voorzieningen zoals een ziekenhuis, kerk en scholen. Het kamp was omgeven door een sloot met een draadversperring. Midden 1917 werd het maximale aantal bewoners van ongeveer 7.000 mensen bereikt. 

De omstandigheden waren in de begintijd verre van ideaal in het kamp getuige een krantenbericht in het Dagblad van Zuid-Holland van 30 december 1914, waarbij de verslaggever de kampbewoners verzocht geduld te hebben: 


 ‘We hebben twee, drie, vier maanden geduld gehad. Wat is geduld in een oord als dit, waar we worden bewaakt als wilde beesten, waar we niets hebben te doen. In deze verlatenheid, waar we als varkens op stroo slapen en onze longen uithoesten tusschen vochtige dekens!’

Er herinnert momenteel weinig meer in Nunspeet aan de tijdelijke verblijfplaats van de ongeveer 7.000 Belgische vluchtelingen die daar ooit verbleven. Het kamp werd in 1919 afgebroken. Op de plaats waar het kamp was gevestigd zijn woningen gebouwd resulterend in een van veel groen voorziene woonwijk. Geen wijk waar men 'de heffe des volks' zou aantreffen. De lanen in de wijk dragen de namen van leden van het Belgische koningshuis. Op de hoek van de Leopoldlaan en de Fabiolalaan staat een bord met de plattegrond van het voormalige kamp en de lanen van de woonwijk erin getekend. 
   

Informatiebord op de hoek van de Leopoldlaan en de Fabiolalaan in Nunspeet.

 Oude Begraafplaats in Nunspeet
Tastbare herinneringen aan het verblijf van de Belgen in Nunspeet zijn te vinden op de Oude Begraafplaats aan de Eperweg 22. Op een gedeelte van deze begraafplaats, ooit begonnen in 1828, liggen de Belgische vluchtelingen die in vluchtoord Nunspeet zijn overleden. Gezien de miserabele toestanden overleden nogal wat mensen in begintijd van het kamp. In een opeengepakte mensenhoop onder onhygiënische omstandigheden verspreidt een epidemie zich nu eenmaal snel. 

In de eerste negen maanden stierven 264 personen op een totaal van circa 5.500 kampbewoners. Daar werd in de lokale pers aandacht aan besteed: 'In vluchtoord Nunspeet waart de dood als een rover rond.' Vooral de kindersterfte was hoog. Van de kinderen onder de 12 jaar stierven er 225 van de 1000, een hoog percentage. 
  

Graf van het jongetje Philips Polak op de Oude Begraafplaats in Nunspeet 
met daarachter de anonieme graven van Belgische vluchtelingen.

De graven zijn voorzien van kleine gietijzeren paaltjes met een nummer. Bijna 650 anonieme, dode Belgen op slechts drie na. Er zijn drie graven gemarkeerd: een stenen plaat voor Johanna Wennemers (14 juli 1885 – 16 april 1917), een verweerd vierkant houten bord voor een kind met de naam Willem (geboren in 1913) en een houten bord in de vorm van een grafsteen voor het jongetje Philips Polak. 

Hoewel het hout is aangetast is de tekst nog leesbaar. Geboren in april 1912 in Borgerhout, Antwerpen en gestorven in Nunspeet op 17 februari 1915. Een nog geen drie jaar oud slachtoffertje van de oorlog, maar de anonimiteit enigszins ontstegen. De doodsoorzaak werd niet ingevuld in het dodenregister, maar overlijden door mazelen kwam vaak voor in het kamp.

Aan de rand van de begraafplaats staat nog een bakstenen monument opgericht in 1919. Onder het graveerde kruis met de tekst 'O Crux, ave spes unica (O Kruis, onze enige hoop)' staat op het monument: 'Gastvrij Nederland aan de afgestorvene vluchtelingen 1914-1919.' 

 Belgenkamp in Harderwijk
Harderwijk was in 1914 een plaats met ongeveer 7.500 inwoners. Het Belgenkamp voor de rond de 15.000 geïnterneerde militairen werd enkele kilometers ten zuidenoosten van de stad aangelegd. Anno 2010 ligt de stadsgrens van Harderwijk bij het voormalige kamp. Er herinnert niets meer aan het kamp en de snelweg A28 loopt voor een deel over het voormalige kampterrein. Naast het kamp voor de militairen verrezen er de twee gezinsdorpen Leopoldsdorp en Heidekamp voor burgers, aangegeven op onderstaande kaart.

Het Stadsmuseum van Harderwijk, in het oude centrum, bezit nog een aantal door de kampbewoners vervaardigde voorwerpen. Het museum organiseerde in 2009 samen met het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe een tentoonstelling over het Belgenkamp onder de titel "Achter den Pinnekesdraat".
 

Kaart van Harderwijk met ingetekende posities van de Belgenkampen.

Ook van het tweede grote kamp met Belgische militairen, het Kamp van Zeist, is niets bewaard gebleven. Het bevond zich op de locatie van de vliegbasis Soesterberg waar nu nog het Militaire Luchtvaart Museum staat. Het Legermuseum zal in de komende jaren van Delft naar deze locatie verhuizen.

 Begraafplaats Oostergaarde in Harderwijk
Aan de rand van de Gemeentelijke Begraafplaats Oostergaarde in Harderwijk ligt een Belgisch Ereveld, dat op 28 september 1963 officieel werd geopend door de Belgische ambassadeur. Hier liggen nu vrijwel alle Belgische soldaten begraven die tijdens hun internering in Nederland zijn overleden en niet gerepatrieerd zijn. 

Ze zijn niet allemaal in Harderwijk gestorven. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog lagen op de begraafplaats in Harderwijk slechts 36 Belgische militairen. Na overleg tussen de Belgische regering, de Nederlandse Oorlogsgravenstichting en de gemeente Hardewijk is er in 1960 voor gekozen om de militairen die elders in Nederland lagen begraven naar Harderwijk over te brengen. In vijf andere plaatsen in Nederland liggen in gemeenschappelijke graven, vaak voorzien van een monument, nog een dertigtal Belgische militairen zoals in Heerlen. 

In totaal worden in Harderwijk 349 doden herdacht. Er staan 225 grafstenen en op het herdenkingsmonument aan de achterkant worden de namen van 124 mannen vermeld die niet konden worden herbegraven. 

Er waren ongeveer 33.000 Belgische militairen in Nederland geïnterneerd dus 349 is slechts 1% van het totaal. Het merendeel is overleden ten gevolge van de Spaanse griepepidemie die in 1918 en 1919 heerste. De jaartallen 1918 en 1919 komen dan ook veel voor. 

Er staat behalve de naam en de data (soms alleen de overlijdensdatum) weinig op de grafstenen. De stenen komen overeen met de Britse grafstenen en zijn volkomen anders dan de gebruikelijke militaire Belgische grafstenen. Alleen op een begraafplaats in Deventer staat in Nederland zo'n gangbare steen - een grijze massieve steen met ronde bovenkant - op een gezamenlijk graf voor vier Belgische soldaten.
  

Het Belgische Ereveld op de Gemeentelijke Begraafplaats Oostergaarde te Harderwijk.

Op de begraafplaats liggen ook de dodelijke slachtoffers van de opstand in het Kamp van Zeist op 3 december 1914. Ze kwamen in opstand tegen de slechte leefomstandigheden in dat kamp. De kantine werd o.a. leeggeplunderd. De Nederlandse bewakingstroepen werden uitgescholden voor 'kwatta-soldaatjes' en soortgelijke scheldwoorden. Het liep uit de hand doordat de Belgen met stenen begonnen te gooien. 

De opstand werd vervolgens met geweld door de Nederlandse bewaking neergeslagen. Daarbij werden acht Belgen gedood en 18 zwaargewond. Zes liggen er in Harderwijk begraven, twee zijn later gerepatrieerd. Vijf mannen, die niet tevreden waren met hun lot in het Kamp van Zeist, liggen er in een rijtje bij elkaar: Boeykens, Demaeyer, Desmedt, Devrieze en Honnorez. De zesde, DeHerdt, ligt in een andere rij. Vijf Vlaamse en een Franse naam. Rond de 70% van de geïnterneerden was Vlaming.
 

Op de Gemeentelijke Begraafplaats zijn destijds ook enkele Belgische vrouwen en kinderen begraven. 
Hier ligt tevens het zesjarige Nederlands meisje Woutje van de Velde in een bijzonder graf gemaakt 
van een afgezaagde boomstam. Zij was het slachtoffer van een door een Belgische korporaal 
op 13 januari 1917 gepleegd zedenmisdrijf. Voor de moord werd deze man eerst veroordeeld 
tot 15 jaar tuchthuis, maar in hoger beroep ontoerekeningsvatbaar verklaard en vrijgesproken. 
Wel werd hij op last van de krijgsraad in een krankzinnigengesticht geplaatst.

 Belgenmonument in Amersfoort
Een groot probleem van de Belgen in de kampen was de verveling. Als geïnterneerden beloofden niet te ontsnappen, mochten ze tegen betaling gaan werken. Dit gebeurde o.a. in de Limburgse mijnen. 

Een bijzonder werkgelegenheidsproject startte op Belgisch initiatief in Amersfoort. Op 3 oktober 1916 stelde het 'Centraal Beheer der Werkscholen voor Belgische geïnterneerde Soldaten' aan het gemeentebestuur van Amersfoort voor een gedenkteken op te richten. Dit monument diende de Belgische dankbaarheid voor de Nederlandse gastvrijheid tijdens de oorlog tot uiting te brengen. 

Op 10 oktober 1916 werd het besluit door de gemeenteraad van Amersfoort genomen. Na overdracht zou de gemeente Amersfoort voor het onderhoud zorgen. Het monument staat aan de Belgenlaan bij de Stichtste Rotonde en werd gebouwd door de Belgische geïnterneerden, leerlingen van de werkscholen in de kampen Harderwijk en Zeist. In groepen van 25 man konden ze er enkele weken of maanden aan meehelpen. 

Het ontwerp was van de Belgische architect Huib Hoste uit Brugge die tijdens de oorlog in Nederland verbleef. In het voorjaar van 1917 werd met de bouw begonnen en ten tijde van de wapenstilstand op 11 november 1918 was het vrijwel klaar. De architect is duidelijk beïnvloed door Nederlandse architecten van de Amsterdamse school zoals Hendrik Pieter Berlage. 

Het monument bestaat uit een hoofdgebouw en een lager gelegen muur op een afstand van 60 meter. Daartussen zou een tuin worden aangelegd, maar dat is niet gerealiseerd. Het hoofdgebouw is 18 meter breed en heeft drie verticale pylonen met hoogten van 12 en 14 meter. In de middelste pyloon zijn aan de twee kanten de Nederlandse en Belgische Leeuw in baksteen uitgebeeld. 

Aan de voorkant is een reliëf met het beeld van de vredesengel Pax aangebracht. Aan weerszijden van de middelste pyloon bevinden zich trappen die naar twee ruimtes leiden. In een daarvan worden de gestorven Belgische geïnterneerden herdacht door middel van een in beton uitgehakte lijst namen. De andere is gewijd aan koningin Wilhelmina en koning Albert I, maar aan de muren zijn ook stenen portretten van hoge militairen uitgehakt zoals van generaal Snijders. 

In de jaren 1955-1957 werd het monument gerestaureerd, nodig door de slechte staat van het beton en het beeldhouwwerk. Op de middelste pyloon werd in 1967 een carillon geplaatst, momenteel in gebruik door de beiaardschool. In 2000 werd het Belgenmonument opnieuw gerestaureerd en is sindsdien een Rijksmonument. 
 

Het Belgenmonument in Amersfoort.

De verhouding tussen België en Nederland was na de oorlog bepaald niet vriendelijk. België vond dat het ter compensatie van de geleden oorlogsschade recht had op Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg. De Belgische eisen op Nederlands grondgebied werden echter tijdens de besprekingen in Versailles in 1919 afgewezen. 

De situatie was zodanig gespannen dat er kort na de oorlog geen plaats was voor een officiële inhuldiging van het monument. Dat is pas op 22 november 1938 gebeurd in aanwezigheid van koningin Wilhelmina en de Belgische koning Leopold III, de zoon van de in 1934 dodelijk verongelukte koning-ridder Albert I. Op de gedenkplaat staat de volgende tekst, op een tweede plaquette ook in het Frans: 

'Als getuigenis der dankbaarheid van het Belgische volk voor de edelmoedige hulpvaardigheid aan de Belgische uitgewekenen gedurende den Wereldoorlog 1914-1918 door het Nederlandsche volk bewezen.' 

Het monument staat op de Amerfoortse Berg, een van de toppen van de Utrechtse Heuvelrug. Op de in 1937 aangebrachte zonnewijzer is aangegeven dat men zich hier '45 meter boven NAP' bevindt en dat 'Amersfoort centrum des lands' is, wat niet helemaal waar is. 

Voor de reliëfs van het bovenste gedeelte van het monument werd de Zwitserse beeldhouwer François Gos aangetrokken. De beeldhouwwerken beelden het leven in vrede uit dat troost moet bieden: een werkende smid, boeren met blije kinderen en een huisvrouw met spinnenwiel. 

Op de muur van het onderste gedeelte is het jaar 1917 gemetseld. De tekst boven de bankjes luidt (in het Nederlands en Frans): 'Gastvrijheid, Opbeuring, Onderwijs'. Het was ooit de bedoeling bij de muur een klein museum te bouwen, maar dat is er nooit van gekomen. 

Het beeldhouwwerk aan de andere kant van de muur was een ontwerp van de Nederlandse beeldhouwer Hildo Krop (1884-1970), die in Amsterdam als stadsbeeldhouwer heeft gewerkt. Zijn stijl wordt omschreven als een socialistisch symbolisme. De reliëfs verbeelden de fusillade, internering en uittocht.


Bron: http://www.wereldoorlog1418.nl/herinneringen-vluchtelingen
Terug naar boven Go down
http://www.ayumi-coaching-counseling.nl/
Maire
Admin
avatar

Registratie : 03-11-12
Leeftijd : 60
Geboortedatum : 03-09-57
Woonplaats : Prov. Utrecht
Aantal berichten : 2279
Vrouw Maagd

BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   do 13 jun - 0:40

Twee vluchtelingen uit de Grote Oorlog: een Belgisch jongetje in Nunspeet en de Duitse keizer Wilhelm II in Doorn


Gepubliceerd op wo 23-12-2009


Door Eric R.J. Wils
 
Wat hebben een Belgisch jongetje in Nunspeet en de voormalige Duitse keizer Wilhelm II met elkaar te maken? Ze vluchten allebei naar de veilige haven Nederland tijdens de Grote Oorlog en verbleven daar hemelsbreed zo’n 50 kilometer van elkaar, maar daarmee houdt ogenschijnlijk de relatie op. Ze vertegenwoordigden de uitersten in de samenleving van die tijd: een kind van armlastige ouders aan de zelfkant van de maatschappij en een door God zelf aangestelde keizer over een machtig rijk dat ten oorlog trok. De een is vergeten en de ander krijgt nog altijd veel aandacht. Een verhaal over een arm oorlogsslachtoffertje en een rijke heerser die zijn troon verloor.
 
 
De vlucht van de Belgische bevolking na de Duitse inval in 1914
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd Nederland in de herfst van 1914 overspoeld door Belgische vluchtelingen. Op de vlucht geslagen door de wandaden van het Duitse leger tijdens de inval in België. Wandaden die vaak sterk aangedikt werden door een mondelinge verspreiding, de kranten of de propagandamachine. De kern van de ‘Furor teutonicus’ die over België raasde was helaas maar al te waar. Niet alleen de neutraliteit van de Belgische staat werd geschonden, er werd bovendien nog een aanslag op haar inwoners gepleegd.
Belgische burgers werden onterecht beschuldigd op Duitse soldaten gevuurd te hebben (‘Man hat geschossen’) en werden vervolgens gefusilleerd. Het gewelddadige optreden in plaatsen als Warsage, Visé, Aarschot, Andenne, Dinant en Leuven leidde tot circa 5600 burgerslachtoffers. Vernietiging van woningen en brandstichting in steden vonden plaats. Het bekendste voorbeeld daarvan was Leuven waar op 25 augustus 1914 het oude centrum in brand werd gestoken waaronder de beroemde universiteitsbibliotheek.
De gruwelheden werden zodanig uitvergroot dat de Duitsers tot Hunnen werden getransformeerd. En die naam zijn ze niet meer kwijtgeraakt door de effectieve Brits-Franse propaganda. Verzonnen verhalen over verkrachtingen, afsnijden van borsten van vrouwen, afhakken van kinderhandjes, doorspietsen van baby’s en dies meer werden verspreid en grif geloofd door de Belgische bevolking. Die verhalen zijn tot de mythen en legenden van de oorlog gaan behoren.
Indien mogelijk vluchtte de burgerbevolking dan ook in paniek weg voordat het Duitse leger in aantocht was. Naar Engeland en Frankrijk, maar vooral naar Nederland. Na de val van Antwerpen op 10 oktober 1914 waren ongeveer een miljoen Belgen naar Nederland gevlucht. Arm en rijk. Jong en oud. Dat de toestand aan de grens chaotisch was, spreekt eigenlijk vanzelf. Welk land zou voorbereid zijn om zo’n enorm aantal mensen in een korte periode adequaat op te vangen.
 


De massaliteit van de Belgische vluchtelingen in Bergen op Zoom in oktober 1914.

 
Hoe het Belgische volk over keizer Wilhelm II dacht
De Duitse keizer Wilhelm II, de Oberste Kriegsherr van het Duitse leger, was voor de Belgen de verpersoonlijking van het brute Duitse optreden. Hij was zonder enige twijfel de aartsschurk. Talloze karikaturen zijn van hem gemaakt waarbij hij, voorzien van zijn opstaande snorpunten en piekhelm, als een bloeddorstige Hun door het land trok. Ook in spotliederen, die door reizende liedjeszangers werden verspreid, werd de keizer in alle toonaarden vervloekt. Met teksten variërend van ‘Zakt met uw keizerlijke pin den IJzer in!’ tot allerlei verwensingen van het krijgen van enge ziekten en erg 
ongelukken.
 

 
Wilhelm II liet weliswaar het daadwerkelijke oorlogvoeren aan zijn leger over, maar was wel degelijk op de hoogte van wat er zich op het strijdtoneel afspeelde. En hij was betrokken bij de pogingen om de negatieve effecten van het Duitse optreden op de wereldopinie te minimaliseren. ‘Mijn hart bloedt als ik zie dat dergelijk optreden onvermijdelijk is geworden’ schreef Wilhelm II in een telegram aan de Amerikaanse president Woodrow Wilson n.a.v. de verwoesting van Leuven.
Het beeld dat historici over Wilhelm II hebben is, ondanks het verschijnen van vele dikke boeken, nog altijd divers. De man is niet eenvoudig te karakteriseren, maar essentieel is natuurlijk zijn rol en optreden tijdens de oorlog. In een artikel in het blad Die Welt werd, ter gelegenheid van het 150ste geboortejaar van de keizer, door de Duitse historicus Berthold Seewald de centrale vraag gesteld waar historici het maar niet eens over kunnen worden en waarschijnlijk ook nooit eens zullen worden: ‘War Wilhelm II. Kriegstreiber oder Getriebener?’ Een oorlogshitser of een opgehitste? Daar is nu eenmaal geen eenvoudige scheiding tussen aan te brengen; op grond van zijn uitspraken in het openbaar is hij als beide te omschrijven. ‘Ik zal zó – breed gebaar – door België heen zwaaien’ is zo’n uitspraak, kort voor de oorlog tegen de New York Times gedaan.
In hoeverre hem de wandaden van het Duitse leger waren aan te rekenen is een vraag die nooit beantwoord werd, omdat Wilhelm II na de oorlog niet ter verantwoording kon worden geroepen door een geallieerd laat staan door een Belgisch gerechtshof. Volgens Artikel 227 van het Verdrag van Versailles werd de voormalige keizer aangeklaagd voor ‘supreme offence against international morality and the sanctity of treaties.’ Een erg concrete aanklacht is dit bepaald niet geweest, want bestaat er zoiets als een internationale moraliteit? Wilhelm II had nooit het bevel gegeven dat zijn troepen zich tegen de Belgische bevolking konden misdragen zoals ze dat in 1914 gedaan hebben. En over wat nu precies morele verantwoordelijkheid inhoudt, bestaat vandaag de dag nog altijd discussie.
Het arme, kleine België was het echter zelfs niet gegund voor dit eventueel te vormen speciale tribunaal een rechter te mogen leveren. Dat was voorbestemd aan de toenmalige vijf grote machten van de wereld. In 1914 had België hun grote sympathie, maar in 1919 werd het in Versailles als een vervelend jongetje in de hoek gezet.
Wilhelm II wachtte evenwel een eventuele berechting niet af. Net als vele Belgen in 1914 vluchtte hij vier jaar later vanuit Spa naar Nederland. Daar zat hij tenminste veilig voor de Belgische volkswoede. Want als het aan het Belgische volk had gelegen dan was het wel duidelijk wat er na de oorlog met Wilhelm II moest gebeuren getuige teksten als:


‘Een moordenaar van zooveel mannen,

ze moesten hem levend verbranden,

dat is geen souverein, geen militair,

dat hij kreveert!’

 
Be
lgische vluchtelingen in Vluchtoord Nunspeet



De armlastige Belgen die in de vluchtelingenkampen verbleven werden verdeeld in drie groepen in: de gevaarlijke of ongewenste elementen, de minder gewensten en de fatsoenlijke behoeftigen. In Nunspeet verbleven de ongewenste elementen ook wel omschreven als ‘de heffe des volks’ oftewel het uitschot. Volgens de eerste kampbestuurder, dr. Hendrik Muller, bestond de kampbevolking uit: ‘dronkelappen, lichtekooien, syfilislijders en luiaards.’[9] Een niet al te positieve beschrijving derhalve.
De geschiedenis van de Belgische vluchtelingen in Nederland wordt gelukkig niet vergeten. Zo verscheen in 2008 over het vluchtelingenkamp in Nunspeet het boek ‘Onafzienbare heidevlakten’ (ISBN: 978-90-8788-073-6) geschreven door Fokke Postema.[10] Het boek beschrijft aan de hand van documenten en foto’s gedetailleerd de bouw van het kamp en het leven van de Belgen daarin.


Van de ongeveer een miljoen Belgische vluchtelingen in Nederland keerde het grootste deel voor het einde van 1914 weer terug naar België. Ze zouden daar nog meer Duitse wandaden meemaken, maar toen konden ze niet meer wegkomen door de afsluiting – de dodendraad - van de grens met Nederland. Het land werd in de loop van de oorlog leeggeplunderd en vele landgenoten werden gedeporteerd om in Duitsland dwangarbeid te gaan verrichten om de Duitse oorlogsproductie op peil te houden.
Wie in Nederland bleef en niet voor zich zelf kon zorgen kwam ten laste van de Nederlandse staat. Meer dan 20.000 Belgen moesten gehuisvest worden in vier  
vluchtoorden, die werden gebouwd bij Ede, Gouda, Nunspeet en Uden.



Omslag van het boek ‘Onafzienbare heidevlakten’ met rechts
een afbeelding van de Nederlandse bewakers van het vluchtoord Nunspeet.


 

Vluchtoord Nunspeet werd gebouwd langs de Eperweg op de hei op ruim een kilometer ten oosten van het dorp Nunspeet. Het bestond uit vier delen (‘dorpen’) met zo’n 70 barakken. Woon- en slaapverblijven voor families met of zonder kinderen, waslokalen en eetzalen, en sociale voorzieningen zoals een ziekenhuis, kerk en scholen. Het kamp was omgeven door een sloot met een draadversperring. Midden 1917 werd het maximale aantal bewoners van ongeveer 7000 mensen bereikt.
De omstandigheden waren in de begintijd verre van ideaal in het kamp getuige een krantenbericht in het Dagblad van Zuid-Holland van 30 december 1914, waarbij de verslaggever de kampbewoners verzocht geduld te hebben:
‘We hebben twee, drie, vier maanden geduld gehad. Wat is geduld in een oord als dit, waar we worden bewaakt als wilde beesten, waar we niets hebben te doen. In deze verlatenheid, waar we als varkens op stroo slapen en onze longen uithoesten tusschen vochtige dekens!’
 
Gezien de miserabele toestanden overleden nogal wat mensen in begintijd van het kamp. In een opeengepakte mensenhoop onder onhygiënische omstandigheden verspreidt een epidemie zich nu eenmaal snel. In de eerste negen maanden stierven 264 personen op een totaal van circa 5500 kampbewoners. Daar werd in de lokale pers aandacht aan besteed: ‘In vluchtoord Nunspeet waart de dood als een rover rond’. Vooral de kindersterfte was hoog. Van de kinderen onder de 12 jaar stierven er 225 van de 1000, een hoog percentage.
Een van die kinderen die begin 1915 stierf was het jongetje Philips Polak. De doodsoorzaak werd niet ingevuld in het dodenregister, maar overlijden door mazelen kwam vaak voor in het kamp.

 


Deel van het register van overlijden van het vluchtoord Nunspeet 1914-1918.


Tastbare herinneringen aan de vluchtelingen in Nunspeet
Er herinnert momenteel weinig meer in Nunspeet aan de tijdelijke verblijfplaats van de ongeveer 7000 Belgische vluchtelingen die daar ooit verbleven. Het kamp werd in 1919 afgebroken. Op de plaats waar het kamp was gevestigd zijn woningen gebouwd resulterend in een van veel groen voorziene woonwijk. Geen wijk waar men ‘de heffe des volks’ zou aantreffen. De lanen in de wijk dragen de namen van leden van het Belgische koningshuis. Op de hoek van de Leopoldlaan en de Fabiolalaan staat een bord met de plattegrond van het voormalige kamp en de lanen van de woonwijk erin getekend.
 


Bord op de hoek van de Leopoldlaan en de Fabiolalaan in Nunspeet.


 
Meer tastbare herinneringen zijn te vinden op de Oude Begraafplaats aan de Eperweg 22. Op een gedeelte van deze begraafplaats, begonnen in 1828, liggen de Belgische vluchtelingen die in vluchtoord Nunspeet zijn overleden. De graven zijn voorzien van kleine gietijzeren paaltjes met een nummer. Bijna 650 anonieme, dode Belgen op slechts drie na. Er zijn drie graven gemarkeerd: een stenen plaat voor Johanna Wennemers (14 juli 1885 – 16 april 1917), een verweerd vierkant houten bord voor een kind met de naam Willem (geboren in 1913) en een houten bord in de vorm van een grafsteen voor het jongetje Philips Polak. Hoewel het hout is aangetast is de tekst nog leesbaar. Geboren in april 1912 in Borgerhout, Antwerpen en gestorven in Nunspeet op 17 februari 1915. Een nog geen drie jaar oud slachtoffertje van de oorlog, maar de anonimiteit enigszins ontstegen.
 


Graf van het jongetje Philips Polak op de Oude Begraafplaats in Nunspeet
met daarachter de anonieme graven van Belgische vluchtelingen.

 

Aan de rand van de begraafplaats staat nog een bakstenen monument opgericht in 1919. Onder het graveerde kruis met de tekst ‘O Crux, ave spes unica (O Kruis, onze enige hoop)’ staat op het monument: ‘Gastvrij Nederland aan de afgestorvene vluchtelingen 1914-1919.’ Nederland was in 1918 ook gastvrij aan een hooggeplaatste, ook in God gelovige vluchteling, maar die zou niet ervaren hoe het was om in een kamp te verblijven
.
 
De keizerlijke vluchteling in Huis Doorn
In de nacht van 9 op 10 november 1918 vluchtte keizer Wilhelm II, de Oberste Kriegsherr van het Duitse leger, met zijn gezelschap als een dief in de nacht naar Nederland. Dit op advies van veldmaarschalk Paul von Hindenburg, stafchef van het Duitse leger. Er was geen andere optie meer gezien de militaire situatie aan het front en in Duitsland zelf.
Op 11 november 1918 zou Duitsland het wapenstilstandakkoord ondertekenen, wat in feite een capitulatie inhield. In Duitsland zelf was toen de revolutie uitgebroken en had de regering onder leiding van de rijkskanselier Max von Baden verklaard dat de keizer en de kroonprins op 9 november 1918 waren afgetreden. Pas op 28 november 1918 zou Wilhelm II officieel afstand doen van de rechten op de Pruisische koningskroon en de Duitse keizerskroon. Keizer Wilhelm II werd Wilhelm II von Hollenzollern. ‘Ein Privatmann.’
Talrijke boeken en artikelen zijn er over deze laatste gang van Wilhelm II naar Nederland en over zijn verblijf in Nederland geschreven.[14] Bijna van minuut tot minuut zijn de gebeurtenissen vastgelegd en uitgeplozen. Eerst als gast van graaf Godard van Aldenburg Bentinck in het kasteel Amerongen en vanaf 1920 in zijn eigen kasteel Huis Doorn. Daar was hij heer en meester, al was zijn domein klein en werd het bewaakt door de Nederlandse marechaussee. Een voorname vluchteling, waarmee Nederland zeker in de eerste jaren na de oorlog behoorlijk mee in zijn maag zat. De ‘keizer-quaestie’ was geboren. Maar de Nederlandse regering boog niet onder de geallieerde druk in 1920 om Wilhelm II uit te leveren om hem terecht te laten staan.
Toen Wilhelm II naar Nederland vluchtte bevond zich in zijn uitgebreide gezelschap ook zijn trouwe vleugeladjudant kapitein Sigurd von Ilsemann, die tot aan de dood van Wilhelm II in juni 1941 aan zijn zijde zou blijven en een dagboek bijhield. Pas 25 jaar na het overlijden van Wilhelm II werden de aantekeningen door Ilsemanns weduwe voor publicatie vrijgegeven.[15]Ze bieden een onthullend inzicht hoe het er toeging aan het hof van Huis Doorn.
 


Beeld van Wilhelm II voor Huis Doorn.


 

Wilhelm II was beslist niet van plan de rest van zijn leven stil te gaan leven. Hij bleef hyperactief en niet alleen met het omhakken en in stukken zagen van 17.000 bomen in zijn domein. Wilhelm II kwam niets te kort als vluchteling, zou zelfs in 1922 opnieuw trouwen toen de keizerin Auguste Viktoria overleed, maar kon het verlies van het keizerschap onmogelijk verkroppen.
Naast het schrijven van zijn memoires werd de Duitse politiek van het interbellum nauwkeurig gevolgd. Wilhelm II hoopte vurig op een terugkeer naar Duitsland als monarch om daar de ontstane ‘zwijnenstal’ tijdens de republiek van Weimar met harde hand schoon te vegen. Hele tirades moest zijn hofhouding aanhoren over dit onderwerp. Woedeuitbarstingen als men hem tegensprak en probeerde uit te leggen dat Duitsland bepaald niet naar hem uitzag. Zijn eigendunk was nog altijd zo groot dat hij hoopte de Duitse bevolking hem smeekte terug te keren. Pluimstrijkers in het Huis Doornse gezelschap moedigden die hoop nog aan. Maar in geen enkele Duitse krant stond de kop: ‘De keizer moet terug op de troon’. Er werd zelfs tevergeefs gehoopt op steun van de nazi’s. Toen Adolf Hitler, in de ogen van Wilhelm II slechts een korporaal in een Beiers regiment, de macht had gegrepen in 1933 was de verontwaardigde reactie: ‘En zo’n man gaat gewoonweg op mijn troon zitten!’[16]
Hij maakte ruzie met zijn oudste zoon, de kroonprins Wilhelm, die voor zijn eigen belangen koos. Nadat Paul von Hindenburg in 1925 rijkspresident was geworden, en als surrogaatkeizer fungeerde, moest die het ook ontgelden. Toen Duitsland in diepe rouw was bij de begrafenis van Hindenburg in augustus 1934, werd over de dode niet gesproken noch werd op Huis Doorn de vlag halfstok gehangen.
Verwijten alom en aan iedereen. En altijd lag de schuld bij anderen, nooit bij zichzelf. In de klassieke boeken die Wilhelm II las moet toch wel ergens de woorden ‘mea culpa’ hebben gestaan.
 
De parabel van Wilhelm II en de kleine Philips Polak
De omschrijvingen van Wilhelm II in boeken en tijdschriften zijn uiterst talrijk en een bloemlezing van alle onvriendelijke en negatieve typeringen zou alleen al een artikel kunnen volmaken. Steeds vallen omschrijvingen als ijdel, rusteloos, wereldvreemd, onevenwichtig, tactloos in zijn optreden en zelfs krankzinnigheid wordt genoemd. ‘Die enge man met dat armpje’ is de titel van een artikel van Hans Andriessen om het negatieve beeld van Wilhelm II enigszins te nuanceren.[17]
Maar hoeveel menselijker zou de beeldvorming van de ex-keizer niet zijn geworden als hij zich ooit eens deemoedig had uitgelaten over wat er tijdens de Duitse inval in België in 1914 was gebeurd door toedoen van zijn keizerlijke troepen.[18]Dat had gekund in de jaren dertig van de twintigste eeuw toen het gevaar dat hij ooit nog eens uitgeleverd zou worden praktisch verdwenen was. Toen het iedereen, behalve misschien hemzelf, duidelijk was dat hij nooit en te nimmer meer naar Duitsland terug zou kunnen keren omdat men hem daar niet meer moest. Toen hem in Nederland ook wat meer bewegingsvrijheid werd gegund en autotochten zoals naar de Nederlandse kust werden toegestaan.
Als hij nu eens een keer naar de begraafplaats in Nunspeet was gereden en het armetierige graf van de kleine Philips Polak had bezocht. Nee, hij zou niet op zijn knieën zijn gevallen zoals de Duitse bondskanselier Willy Brand in 1970 in Warschau heeft gedaan. Dat deed Wilhelm II alleen voor de God, waar hij in geloofde. Maar hij had zijn hoofd kunnen buigen en zeggen: ‘jongetje, het doet me verdriet je hier zo te zien liggen, God weet dat ik de oorlog niet heb gewenst’. Dat was al iets geweest, maar zelfs die inkeer is echter nooit gekomen.
 



 


Laatst aangepast door Maire op ma 3 feb - 10:20; in totaal 1 keer bewerkt
Terug naar boven Go down
http://www.ayumi-coaching-counseling.nl/
Cindy
Co-Admin
avatar

Registratie : 05-11-12
Leeftijd : 48
Geboortedatum : 06-08-69
Aantal berichten : 935
Vrouw Leeuw

BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   ma 3 feb - 10:04

Even een update met betrekking tot het vluchtoord Nunspeet.

Samen met conrodray en maire heb ik het de afgelopen weken druk gehad met de energieen die hun verhaal kwijt wilden.
We hebben er al een flink aantal naar het Licht mogen begeleiden.
Dat ging niet altijd gemakkelijk, een aantal gaf aan daar niet heen te willen, omdat ze angst hadden voor het Licht.
Naar de oorzaak hiervan zoeken we nog verder.
De energieen die niet naar het Licht durfden hebben we naar een tussenstation gebracht, tot ze wel verder durven te gaan.

De beelden, geluiden en ook geuren die we ervoeren, en de verhalen die we binnenkregen hebben mij vaak tot tranen gebracht.
Ik kan alleen maar dankbaar zijn dat ik niet in die tijd, daar in het vluchtoord ben geweest.

Wanneer de energieen allemaal naar het Licht zijn gebracht, kunnen we alles gaan inventariseren, nazoeken in de gemeentearchieven en verwerken.
Terug naar boven Go down
willeke1957

avatar

Registratie : 06-11-12
Leeftijd : 60
Geboortedatum : 30-06-57
Woonplaats : Den Bosch
Aantal berichten : 703
Vrouw Kreeft

BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   ma 3 feb - 10:23

ik kreeg gelijk een gevoel van seksueel misbruik door....natuurlijk ligt dit voor mij extra gevoelig betreffende mijn eigen misbruikverleden.
Er zijn daar "feestjes "gehouden waarbij kinderen op grote schaal misbruikt werden.
Ik zie nu een man met een uniform met een hoed met hoge rand genietend aan zijn snor zitten.
Vrouwen,hun handen op hun rug gebonden in 1 rij achter elkaar lopend..hun hoofd gebogen.In een bosrijke omgeving.Ze lopen naar kuilen die voor hun gegraven zijn..................Er liggen daar mensen ,gewoon bij elkaar gedreven en in kuilen gegooid.Hoor frans spreken..........



de kleur van de hoed is rood met zwart


Laatst aangepast door willeke1957 op ma 3 feb - 10:29; in totaal 1 keer bewerkt
Terug naar boven Go down
http://www.vincentiusdenbosch.nl
Maire
Admin
avatar

Registratie : 03-11-12
Leeftijd : 60
Geboortedatum : 03-09-57
Woonplaats : Prov. Utrecht
Aantal berichten : 2279
Vrouw Maagd

BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   ma 3 feb - 10:28

Misschien dat ik er aankomend weekend probeer rustig voor te gaan zitten om te zien
wat de oorzaak van de angst is.
Kijk even of het lukt dit weekend, er is tot nu toe iedere keer iets tussen gekomen waardoor
het niet ging maar het zou mooi zijn als we achter de oorzaak zouden kunnen komen,
als er in ieder geval wat meer licht in de zaak komt.
Terug naar boven Go down
http://www.ayumi-coaching-counseling.nl/
conrodray

avatar

Registratie : 08-11-12
Leeftijd : 56
Geboortedatum : 20-05-61
Woonplaats : schoonhoven
Aantal berichten : 314
Man Stier

BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   ma 3 feb - 10:38

willeke je ziet een aantal dingen heel goed het seksueel misbruik was er inderdaad en er zijn jonge meiden in kuilen gegooid als ze niet zo goed mee werkten
Terug naar boven Go down
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet   

Terug naar boven Go down
 
Kamp voor Belgische vluchtelingen in Nunspeet
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Spiritueel Wakker :: Paranormaal :: Databank-
Ga naar: